wetzoeker

3.1 — Stap 1: Uitsluiten van gebieden op basis van functie en effecten Beleidsregel Toepassen en verspreiden baggerspecie op de Noordzee

Stap 1: Uitsluiten van gebieden op basis van functie en effecten

a. Ongeacht samenstelling

Een van de oogmerken waarmee de algemene regels van het Bal voor het toepassen van grond en baggerspecie zijn gesteld is het bevorderen van maatschappelijke functies door watersystemen. Daarnaast gelden als oogmerken – voor zover hier van belang – het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste en het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Het kabinet heeft in het Programma Noordzee 2022–2027 dat een bijlage is bij het Nationaal Waterprogramma 2022–2027 onder meer de volgende beleidsdoelstellingen geformuleerd en de activiteiten op de Noordzee aangewezen en uitgewerkt op basis van de NOVI die van nationaal belang zijn: zandwinning, duurzame (wind)energiewinning, olie- en gaswinning, CO2-opslag, zeescheepvaart en militaire oefeningen op zee.

1 Programma Noordzee 2022–2027, zie overzicht Tabel 10.3, p.140.

Deze gebieden staan aangegeven op de structuurvisiekaart in hoofdstuk 9 van het Programma Noordzee 2022-2027. Andere activiteiten mogen plaatsvinden in deze gebieden mits deze de activiteiten van nationaal belang niet belemmeren.

Het toepassen of verspreiden van baggerspecie in gebieden die gereserveerd zijn voor zandwinning, kabels en leidingen en scheepvaart is in strijd met de specifieke zorgplicht van het Bal, omdat het die maatschappelijke functies belemmert. In actieve zandwingebieden en gebieden met een strategische zandwinvoorraad moet het te winnen zand beschikbaar blijven voor winning en dus niet bedolven worden onder baggerspecie. Bij kabel- en leidingstroken (zowel bestaande als geplande) kan de aanleg van of het onderhoud aan kabels en leidingen worden belemmerd. Verspreiden van baggerspecie bij scheepvaartgeulen leidt tot vermindering van de beschikbare vaardiepte. Ook gebieden met natuurwaarden (zoals levende schelpdierbanken) zijn niet verenigbaar met zorgvuldige toepassing van baggerspecie.

Het verspreiden van baggerspecie boven of in de directe omgeving van schelpdierbanken leidt tot sterfte onder schelpdieren of verstoring van macrofauna. Dit heeft nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het watersysteem.

Bij het verspreiden van baggerspecie komt verhoudingsgewijs veel baggerspecie in de directe omgeving tot bezinking, voordat het in het (natuurlijk) sedimenttransport wordt opgenomen. Het invloedgebied is afhankelijk van de lokale omstandigheden en de eigenschappen van de baggerspecie. Er wordt daarom bij de selectie van gebieden een afstand aangehouden van 1.500 meter tot rust- en zoogplaatsen van zeehonden, 1.000 meter tot levende schelpdierbanken of 500 meter tot overige functies of gebruik.

Naast de beperkingen die de specifieke zorgplicht van het Bal oplevert, is het overigens in bepaalde gebieden ook feitelijk niet toegestaan om te varen met een baggerschip. Voorbeelden daarvan zijn windparken, de omgeving van olie- en gasplatforms, ankergebieden en militaire terreinen. In deze gebieden is toepassen of verspreiden van baggerspecie dus niet aan de orde vanwege andere dan voorgenoemde belangen.

Het verspreiden van baggerspecie boven scheepswrakken wordt vanuit archeologisch oogpunt niet als een probleem gezien. Wrakken aan de oppervlakte worden immers beter geconserveerd indien ze ‘begraven’ worden. Daarbij komt dat er erg veel wrakken zijn die in sommige gevallen alleen een roestig anker betreffen. Daarom wordt verspreiden van baggerspecie rond wrakken, vanaf een afstand van 100 meter, wel acceptabel gevonden.

b. Afhankelijk van de textuur en de kwaliteit

Gebieden kunnen tevens worden uitgesloten voor verspreiden of toepassen op basis van de samenstelling van de baggerspecie. Het gaat hierbij om het in de kustzone verspreiden of toepassen van baggerspecie met hoge slibgehalten. De reden hiervoor is dat de lage zandfractie de baggerspecie ongeschikt maakt voor toepassing ter versterking van het kustfundament. Overigens voldoet de kwaliteit van slibrijke baggerspecie vaak niet aan de aanwezige achtergrondkwaliteit van de kustzone en het strand, zodat het toepassen in de kustzone om die reden al strijdig is met het de algemene regels van het Bal.

Eenzelfde afweging geldt voor slibrijke baggerspecie bij havenmonden. Door het optreden van een retourstroom van slib is het vanuit milieuoogpunt (emissies) en vanuit functionaliteit niet wenselijk om baggerspecie te dicht bij de havens te toe te passen of te verspreiden.

Regeling
Beleidsregel Toepassen en verspreiden baggerspecie op de Noordzee
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
23-12-2023
BWB-id
BWBR0049093
Versie
2023-12-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl