wetzoeker

2 — Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in civiele jeugdrechtzaken HERDRUK Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024, versie 1.00

Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in civiele jeugdrechtzaken

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen in civiele jeugdrechtzaken zijn:

a) het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring

73 Onder relevante beroepservaring wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.

en;

b) het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding advocaten oude stijl van de NOvA of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021) met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf maart 2021) met hoofdpraktijk strafrecht

74 Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA hebben afgerond en de minor of major strafrecht (beroepsopleiding tot maart 2021) of de hoofdpraktijk strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) niet afgerond hebben, moeten in plaats daarvan de in artikel 6a van de inschrijvingsvoorwaarden genoemde, door de Raad goedgekeurde, cursus op het terrein van het strafrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname hebben gevolgd.

en;

c) het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van acht opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht

75 Advocaten die zich tegelijkertijd in willen schrijven voor jeugdstrafrecht én civiel jeugdrecht dienen voor inschrijving voor beide specialisaties in totaal 10 opleidingspunten in de afgelopen 3 jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht en 10 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald te hebben en 3 jeugdstrafzaken en 3 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting te hebben meegelopen. De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie jeugdstrafrecht en daartoe bij inschrijving reeds 8 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en 4 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht heeft behaald, dient in plaats van de onder c) genoemde eis aanvullend 2 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en 6 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald in de afgelopen 3 jaar te overleggen.

en;

d) het meegelopen hebben van minimaal drie zittingen ter zake van een machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat en;

76 De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie jeugdstrafrecht en daartoe reeds 1 zitting in een machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting heeft meegelopen dient in plaats van de genoemde 3 zaken slechts 2 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting mee te lopen.

e) het meegelopen hebben van minimaal één zitting in een jeugdstrafzaak met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat.

77 Deze eis geldt niet voor de advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie jeugdstrafrecht en daartoe reeds 3 jeugdstrafzaken heeft meegelopen.

De vereisten voor de voortgezette inschrijving voor het rechtsgebied civiel jeugdrecht zijn:

a) het behandelen van minimaal zes toegevoegde machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichtingen per jaar en;

78 Er bestaat de mogelijkheid tot ontheffing door de Raad voor Rechtsbijstand indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is te gering is om aan deze voorwaarde te voldoen. Ook dan geldt wel de eis dat tenminste één machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting is behandeld.

b) Het behalen van minimaal acht opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus, per jaar. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee. Opleidingspunten behaald op het terrein van het civiel jeugdrecht kunnen tevens tot een maximum van vier punten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad en;

c) Indien de advocaat reeds drie jaar voor dit rechtsgebied staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting.

Regeling
HERDRUK Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024, versie 1.00
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
20-12-2023
BWB-id
BWBR0049085
Versie
2023-12-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl