1 — Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in jeugdstrafzaken HERDRUK Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024, versie 1.00
Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in jeugdstrafzaken
De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen in jeugdstrafzaken zijn:
a) het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring
66 Onder relevante beroepservaring wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders, bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.
en;
b) het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding advocaten oude stijl van de NOvA (beroepsopleiding tot september 2013) of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021) met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf maart 2021) met hoofdpraktijk strafrecht
67 Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA hebben afgerond en de minor of major strafrecht (beroepsopleiding tot maart 2021) of de hoofdpraktijk strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) niet afgerond hebben, moeten in plaats daarvan de in artikel 6a van de inschrijvingsvoorwaarden genoemde, door de Raad goedgekeurde, cursus op het terrein van het strafrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname hebben gevolgd.
en;
c) het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van acht opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht
68 Advocaten die zich tegelijkertijd in willen schrijven voor jeugdstrafrecht én civiel jeugdrecht dienen voor inschrijving voor beide specialisaties in totaal 10 opleidingspunten in de afgelopen 3 jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht en 10 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald te hebben en 3 jeugdstrafzaken en 3 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting te hebben meegelopen. De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe bij inschrijving reeds 8 opleidingspunten op het terrein van het civiel jeugdrecht en 4 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht heeft behaald, dient in plaats van de onder c) genoemde eis aanvullend 2 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht en 6 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht behaald in de afgelopen 3 jaar te overleggen.
en;
d) het meegelopen hebben van minimaal drie zittingen in een jeugdstrafzaak met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat en;
69 De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds 1 jeugdstrafzaak heeft meegelopen dient in plaats van de genoemde 3 jeugdstrafzaken slechts 2 jeugdstrafzaken mee te lopen.
e) het meegelopen hebben van minimaal één zitting ter zake van een machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat.
70 Deze eis geldt niet voor de advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds 3 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting heeft meegelopen.
De extra vereisten voor deelname aan het jeugdstrafpiket zijn:
Voor de toelating tot het jeugdstrafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:
a) het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde strafpiketcursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname. Dit vereiste geldt niet voor advocaten die de hoofdpraktijk strafrecht van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA succesvol hebben afgerond en;
71 De goedgekeurde strafpiketcursussen staan vermeld op www.rvr.org. Andere strafpiketcursussen kunnen door opleidingsinstellingen voor erkenning aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat die piketcursussen tenminste gelijkwaardig zijn.
b) de advocaat dient te verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.
De vereisten voor de voortgezette inschrijving voor het rechtsgebied jeugdstrafrecht en het jeugdstrafpiket zijn:
a) het behandelen van minimaal zes toegevoegde jeugdstrafzaken per jaar en;
72 Er bestaat de mogelijkheid tot ontheffing door de Raad voor Rechtsbijstand indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is te gering is om aan deze voorwaarde te voldoen. Ook dan geldt wel de eis dat tenminste één jeugdstrafzaak is behandeld.
b) Het behalen van minimaal acht opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus, per jaar. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het jeugdstrafrecht tellen voor dit aantal mee. Opleidingspunten behaald op het terrein van het jeugdstrafrecht kunnen tevens tot een maximum van vier punten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie strafrecht bij de Raad en;
c) Indien de advocaat reeds drie jaar voor dit rechtsgebied staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van het jeugdstrafrecht.
- Regeling
- HERDRUK Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024, versie 1.00
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 20-12-2023
- BWB-id
- BWBR0049085
- Versie
- 2023-12-20_0