wetzoeker

Vangnetregeling Omgevingswet

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 december 2023, nr. 2023-0000712297, houdende regels die de Invoeringswet Omgevingswet en de vier aanvullingswetten van de Omgevingswet aanvullen voor een goede invoering van de Omgevingswet (Vangnetregeling Omgevingswet)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
Rechtsgebied
Omgevingsrecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0049064
Versie
2026-07-01_0
SHA-256 bron
10673c8da1ae90e62f35f0b2129b878704dce4dc8c6e1ae427c96f025145be4e

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (43)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 1.3
  4. Artikel 1.3a
  5. Artikel 1.3b
  6. Artikel 1.4
  7. Artikel 1.5
  8. Artikel 1.6
  9. Artikel 1.7
  10. Artikel 1.7a
  11. Artikel 1.7b
  12. Artikel 1.8
  13. Artikel 1.8a
  14. Artikel 1.9
  15. Artikel 1.10
  16. Artikel 2.1
  17. Artikel 2.1a
  18. Artikel 2.1b
  19. Artikel 2.2
  20. Artikel 2.2a
  21. Artikel 2.3
  22. Artikel 2.3a
  23. Artikel 2.3b
  24. Artikel 2.4
  25. Artikel 2.4a
  26. Artikel 2.4b
  27. Artikel 2.4c
  28. Artikel 2.4d
  29. Artikel 2.4e
  30. Artikel 2.4f
  31. Artikel 2.4fa
  32. Artikel 2.4g
  33. Artikel 2.4h
  34. Artikel 2.4i
  35. Artikel 2.5
  36. Artikel 3.1
  37. Artikel 4.1
  38. Artikel 5.1
  39. Artikel 5.2
  40. Hoofdstuk 6 — Aanvullingen op hoofdstuk 2 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet
  41. Artikel 7.1
  42. Artikel 7.1a
  43. Artikel 7.2

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder wet: Invoeringswet Omgevingswet.

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.2

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.3

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.3a

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.3b

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.4

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.5

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.6

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.7

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.7a

In aanvulling op paragraaf 4.3.3 van de wet zijn de artikelen 9b en 20a van de Elektriciteitswet 1998 niet van toepassing als het gaat om een productie-installatie, respectievelijk net, als bedoeld in die artikelen waarvoor voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9b, vierde lid, aanhef en onder a of c, respectievelijk 20a, derde lid, onder a of c, van de Elektriciteitswet 1998, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, Onze Minister als bedoeld in die artikelen het besluit heeft genomen dat de procedure om een inpassingsplan vast te stellen of om een omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan of de beheersverordening te verlenen niet van toepassing is.

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.7b

In aanvulling op paragraaf 4.3.5 van de wet is artikel 39b van de Gaswet niet van toepassing als het gaat om een gastransportnet, interconnector of LNG-installatie als bedoeld in dat artikel waarvoor voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 39b, derde lid, aanhef en onder a of c, van de Gaswet, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, Onze Minister als bedoeld in dat artikel het besluit heeft genomen dat de procedure om een inpassingsplan vast te stellen of om een omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan of de beheersverordening te verlenen niet van toepassing is.

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.8

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.8a

In aanvulling op artikel 4.106a van de wet geldt een besluit dat is genomen bij de toepassing van een procedure als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, of 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening om de voorbereiding en bekendmaking van nader aan te duiden, op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten niet te coördineren, als een besluit om geen toepassing te geven aan artikel 5.45, eerste lid, van de Omgevingswet.

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.9

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.10

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bruidsschat: het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.1a

De aanvullingen en afwijkingen in dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing als artikelen van de bruidsschat zijn vernummerd of verletterd en de regels in de bruidsschat nog gelijkluidend zijn aan regels in de bruidsschat zoals die luidden op 1 januari 2024.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.1b

1 In aanvulling op artikel 22.27, onder f, onder 2°, van de bruidsschat wordt onder een gebouw als bedoeld in dat onderdeel verstaan: een hoofdgebouw.

2 In aanvulling op artikel 22.27, onder f, onder 3°, van de bruidsschat wordt onder de lijn, bedoeld in dat onderdeel, verstaan: de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.2

In aanvulling op artikel 22.33, eerste lid, onder a en b, van de bruidsschat wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

a. een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;

b. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

c. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.2a

In aanvulling op artikel 22.37, tweede lid, van de bruidsschat is dat lid alleen van toepassing als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in dat lid niet voldoet aan de in artikel 22.36, onder a, onder 3°, van de bruidsschat gestelde eisen.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.3

In aanvulling op artikel 22.39, onder c, van de bruidsschat is artikel 22.36, aanhef en onder a en c, van de bruidsschat ook niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.3a

In aanvulling op artikel 22.54 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat niet van toepassing op:

a. een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; en

b. een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.3b

In aanvulling op artikel 22.55 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat ook niet van toepassing op het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4

In aanvulling op artikel 22.55 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4a

In aanvulling op artikel 22.61a van de bruidsschat geldt dat artikel ook voor activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4b

In aanvulling op artikel 22.84 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.5 van de bruidsschat niet van toepassing op trillingen door een activiteit op een trillinggevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4c

In aanvulling op artikel 22.91 van de bruidsschat zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5 van de bruidsschat, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245 van de bruidsschat, ook niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4d

In aanvulling op artikel 22.200 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.16 van de bruidsschat ook niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4e

In aanvulling op artikel 22.215 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.18 van de bruidsschat ook niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4f

1 In aanvulling op afdeling 22.4 van de bruidsschat gelden de volgende regels bij het bepalen en het beoordelen van het geluid door een weg of spoorweg als bedoeld in die afdeling.

2 Onder het geluid door een weg of spoorweg wordt verstaan: het geluid door de aan te leggen of te wijzigen weg of spoorweg.

3 Het geluid door een weg of spoorweg wordt bepaald:

a. voor het geluid door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVe bij de Omgevingsregeling; en

b. voor het geluid door een lokale spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVf bij de Omgevingsregeling.

4 Voor een hogere waarde voor het geluid door een weg op de gevel van een geluidgevoelig gebouw die is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding, wordt:

a. de aftrek opgeteld die bij het vaststellen van die hogere waarde is toegepast op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder; en

b. een hogere waarde in dB(A) omgerekend tot een waarde in dB, door de getalswaarde van die hogere waarde te verminderen met het verschil tussen de heersende waarde in dB(A) en de heersende waarde in dB, waarbij het verschil op een geheel getal wordt afgerond en waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4fa

In aanvulling op artikel 22.271, onder b, van de bruidsschat is afdeling 22.4 niet van toepassing op een hoofdspoorweg.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4g

1 In aanvulling op artikel 22.272, eerste lid, van de bruidsschat is dat lid van de bruidsschat niet van toepassing als het gaat om een geluidgevoelig gebouw:

a. waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat; of

b. dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

1°. op grond van dit omgevingsplan, met uitzondering van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

2°. op grond van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2 In afwijking van artikel 22.272, tweede lid, onder f, onder 1°, van de bruidsschat wordt in plaats van ‘50 dB’ gelezen: 52 dB.

3 In afwijking van artikel 22.272, tweede lid, onder f, onder 2° en 3°, van de bruidsschat wordt in plaats van ‘2 dB’ gelezen: 1 dB.

4 In afwijking van artikel 22.272, tweede lid, onder f, onder 3°, van de bruidsschat wordt in plaats van ‘hoger is dan 48 dB’ gelezen: hoger is dan 51 dB.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4h

In afwijking van artikel 22.274, onder a, onder 3°, van de bruidsschat wordt in plaats van ‘2 dB’ gelezen: 1 dB.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.4i

In aanvulling op artikel 22.275 van de bruidsschat wordt de omgevingsvergunning verleend als de grenswaarde alleen wordt overschreden op:

a. een niet-geluidgevoelige gevel;

b. een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; of

c. een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

Hoofdstuk 2 — Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.5

In aanvulling op artikel 22.278, eerste lid, onder a en b, van de bruidsschat wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

a. een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;

b. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

c. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

Hoofdstuk 3 — Aanvullingen op hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet

Artikel 3.1

In aanvulling op artikel 3.2a van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet zijn de op grond van artikel 88 van de Wet bodembescherming gestelde regels zoals die luidden voor 1 januari 2024 van overeenkomstige toepassing op voor 1 januari 2024 veroorzaakte verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 13 van de Wet bodembescherming ook als die na dat tijdstip wordt ontdekt.

Hoofdstuk 4 — Aanvullingen op hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet

Artikel 4.1

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Aanvullingen op hoofdstuk 4 van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet

Artikel 5.1

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Aanvullingen op hoofdstuk 4 van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet

Artikel 5.2

Vervallen

Hoofdstuk 6 — Aanvullingen op hoofdstuk 2 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet

Hoofdstuk 6 — Aanvullingen op hoofdstuk 2 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 7 — Slotbepalingen

Artikel 7.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

Hoofdstuk 7 — Slotbepalingen

Artikel 7.1a

Artikel 1.3a vervalt indien het bij koninklijke boodschap van 9 juni 2023 ingediende voorstel van wet houdende regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiewet) tot wet is of wordt verheven en artikel 3.82 van die wet in werking treedt.

Hoofdstuk 7 — Slotbepalingen

Artikel 7.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Vangnetregeling Omgevingswet.