wetzoeker

6.2.3 — Geen kostenaftrek bij deelnemingen (art. 13 Wet Vpb) Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)

Geen kostenaftrek bij deelnemingen (art. 13 Wet Vpb)

Een ander geval waar verrekening van buitenlandse belasting is uitgesloten ziet op van deelnemingen ontvangen dividenden. Deelnemingsdividend is namelijk op grond van art. 13 Wet Vpb objectief vrijgesteld. Ook ingeval een deelnemingsdividend moet worden afgeboekt van de kostprijs van de deelneming (het zogenoemde meegekochte dividend) komt verrekening van bronbelasting niet aan de orde. Illustratief is in dit verband ECLI:NL:HR:1986:BH6819. De Hoge Raad overwoog:

‘Art. 24, paragraaf 1, onder 3e laatste volzin, aanhef en sub b van het verdrag met België heeft de strekking te voorkomen, dat Nederland voor de in die bepaling bedoelde bestanddelen van het inkomen, die in België mogen worden belast, een vermindering van belasting geeft die groter is dan het bedrag van de Nederlandse belasting, dat zonder vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van die bestanddelen verschuldigd zou zijn. Naar deze strekking kan een op de aandelen in een in België gevestigde vennootschap uitgekeerd dividend dat op de boekwaarde van de aandelen in mindering wordt gebracht en aldus niet tot de winst bijdraagt, niet tot een vermindering van Nederlandse belasting leiden.’

Ook hier is geen kostenaftrek mogelijk van de buitenlandse belasting geheven over de vrijgestelde voordelen uit deelneming. Art. 10, lid 1, letter e Wet Vpb 1969 sluit namelijk aftrek van bronbelasting uit als ‘de bestanddelen van de winst waarop de buiten Nederland geheven belasting betrekking heeft niet worden begrepen in de belastbare winst’.

Hoewel voor de bronbelasting op deelnemingsdividenden geen verrekening of kostenaftrek mogelijk is, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden bij dooruitdeling van deze dividenden nog wel in aanmerking komen voor een andere tegemoetkoming. Krachtens de artt. 11 en 12 van de Wet op de dividendbelasting 1965 kan de belastingplichtige een korting krijgen op de door haar af te dragen Nederlandse dividendbelasting. De belastingplichtige moet dan voor tenminste 25% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder zijn of, als het belastingverdrag daarin voorziet, tenminste 25% van de stemrechten bezitten. Verder moet het gaan om vrijgestelde deelnemingsdividenden waarop tenminste 5% bronbelasting is ingehouden. De dividenden moeten zijn ontvangen van een lichaam dat is gevestigd op Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden of een staat waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten.

Regeling
Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-12-2023
BWB-id
BWBR0049041
Versie
2023-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl