wetzoeker

6.2.2 — Geen kostenaftrek bij dienstverleningslichamen (art. 8c Wet Vpb) Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)

Geen kostenaftrek bij dienstverleningslichamen (art. 8c Wet Vpb)

Art. 8c Wet Vpb bevat een maatregel die de verrekening uitsluit van buitenlandse bronbelasting op bepaalde rente- en royaltyontvangsten van een zogenoemd financieel dienstverleningslichaam

68 Zie ook art. 3a Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

. Het moet dan gaan om een lichaam dat, zonder reële economische aanwezigheid in Nederland, binnen concernverband rente- en/of royalty’s ontvangt en betaalt ter zake van met elkaar samenhangende transacties. Als zo’n lichaam per saldo geen reële risico’s loopt met betrekking tot zulke transacties is het in feite niet meer dan een intermediair. Art. 8c Wet Vpb elimineert in dergelijke gevallen de rente en royalty’s uit de Nederlandse winst. Doordat deze winstbestanddelen niet tot de Nederlandse heffingsgrondslag worden gerekend, bestaat geen ruimte voor verrekening van de bronbelasting.

69 Dat geldt dus ook als het Bvdb 2001, de BRK, de BRN-C, de BRN-StM of een verdrag van toepassing is.

Art. 8c Wet Vpb heeft als doel om het voor dienstverleningslichamen, zonder reële economische aanwezigheid, minder aantrekkelijk te maken zich in Nederland te vestigen. Daarbij beoogde de wetgever tevens de schadelijke gevolgen van dergelijke doorstroomlichamen te ondervangen voor zijn verdragspartners. Dit in verband met hun verplichting onder het belastingverdrag het bronbelastingtarief op de uitgaande rente en royalty’s te matigen.

70 MvT, Kamerstukken II 2001/02, 28 034, nr. 3, p. 8–9.

Overigens werd die ruimte al beperkt door de toepassing van de tweede limiet. Als gevolg van de netto methode dienen immers op de uit het buitenland ontvangen rente of royalty’s de daarmee verband houdende kosten in mindering te worden gebracht. Daaronder vallen ook de doorbetaalde rente of royalty’s. De tweede limiet beperkt in die gevallen dus ook reeds de verrekening van bronbelasting. Door de rente en royalty’s bij het bepalen van de Nederlandse winst in het geheel niet in aanmerking te nemen sluit art. 8c Wet Vpb iedere verrekening van de buitenlandse belasting uit.

Nu geen verrekening mogelijk is van buitenlandse belasting geheven over renten en royalty’s ex art. 8c Vpb, resteert de vraag of daarvoor aftrek als kosten mogelijk is. Dat is niet het geval. Art. 10, lid 1, onderdeel e Wet Vpb 1969 sluit namelijk aftrek van bronbelasting uit als ‘de bestanddelen van de winst waarop de buiten Nederland geheven belasting betrekking heeft niet worden begrepen in de belastbare winst’. Nu onder art. 8c Wet Vpb de buitenlandse inkomsten uit het object van heffing worden geëlimineerd, kan de erop drukkende bronbelasting niet als kosten worden afgetrokken.

Regeling
Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-12-2023
BWB-id
BWBR0049041
Versie
2023-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl