6.1.2 — Keuze voor kostenaftrek onder het Bvdb 2001, de verdragen en rijkswetten Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Keuze voor kostenaftrek onder het Bvdb 2001, de verdragen en rijkswetten
Art. 38 Bvdb 2001 opent voor belastingplichtigen de mogelijkheid om van verrekening af te zien en voor kostenaftrek te kiezen.
60 Art. 38 Bvdb 2001 biedt deze mogelijkheid niet voor bronbelasting in de zin van art. 36a Bvdb2001. Ook is geen kostenaftrek mogelijk ter hoogte van de Tax Sparing Credit, omdat voor dit gedeelte geen sprake is van geheven belasting.
De buitenlandse belasting valt dan niet onder de aftrekbeperking van art. 10, lid 1, onderdeel e Wet Vpb. De achterliggende reden van deze aan belastingplichtigen geboden keuzemogelijkheid is dat in sommige gevallen de methode van kostenaftrek voordeliger is dan de methode van verrekening. Als gevolg van de werking van de tweede en derde limiet is de tegemoetkoming immers nooit groter dan in Nederland per saldo – met inachtneming van de met de inkomsten verband houdende kosten – over de buitenlandse inkomsten aan belasting wordt geheven dan wel de Nederlandse vennootschapsbelastingdruk. Voor kostenaftrek zal worden gekozen als de belastingvermindering bij aftrek als kosten (bronbelasting * Vpb-tarief) groter is dan het te verrekenen bedrag (netto inkomsten * hoogste Vpb-tarief) of groter dan de verschuldigde Nederlandse vennootschapsbelasting.
Voorbeeld:
In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een Vpb-tarief van 25%. Stel dat de buitenlandse inkomsten 200 belopen en dat daaraan 180 kosten zijn toe te rekenen. Stel dat over de inkomsten 30 buitenlandse belasting is geheven. Het te verrekenen bedrag bedraagt in dat geval maximaal 25% * (200 -/- 180) = 5. Wordt echter gekozen voor kostenaftrek, dan is het effect gunstiger, namelijk 30 * 25% = 7,5.
Een bepaling die overeenkomt met art. 38 Bvdb 2001 ontbreekt in de belastingverdragen en de rijkswetten (BRK, BRN-C, BRN-StM). Zij bieden geen mogelijkheid voor kostenaftrek. Het Besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897, onderdeel 3.6.2 keurt echter goed dat ook onder deze regelingen verzocht mag worden om kostenaftrek. Een dergelijk verzoek dient jaarlijks te worden gedaan en de keuze kan worden herzien zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat.
61 Art. 38 Bvdb 2001.
62 NvT Bvdb 2001 onder art. 18.
Aan de keuze voor kostenaftrek zijn de volgende voorwaarden verbonden:
63 Art. 38 Bvdb 2001.
64 Deze worden verduidelijkt in de toelichting op art. 38 jo art. 18 in de Nota van Toelichting Bvdb 2001 en in paragraaf 3.6 van het Besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897.
▪ Kostenaftrek onder de verdragen, de rijkswetten en het Bvdb 2001 is alleen mogelijk als in dat jaar geen gebruik wordt gemaakt van de gezamenlijke methode. Hierop bestaat een uitzondering voor het geval dat inkomsten uit een land worden genoten waarvoor niet is voorzien in verrekening (omdat een verdrag ontbreekt of geen verrekening wordt geboden) en dat géén ontwikkelingsland is in de zin van het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting.
65 Voor de ontwikkelingslanden voorziet het Bvdb 2001 immers altijd in een verrekenmogelijkheid.
▪ Als wordt afgezien van de gezamenlijke methode, dan kan onder de verdragen en de rijkswetten voor kostenaftrek per land afzonderlijk worden gekozen. De keuze moet in dat geval worden gemaakt voor alle buitenlandse bronbelasting op dividenden, interest en royalty’s die in een kalenderjaar uit dat land worden ontvangen.
66 Het is dus niet toegestaan om bij verschillende inkomsten uit één land voor de ene categorie inkomsten te kiezen voor kostenaftrek en voor de andere categorie voor verrekening. Volledigheidshalve heeft de keuze voor kostenaftrek van reguliere royalty’s die onder artikel 36 Bvdb 2001 vallen, geen gevolgen voor de verrekening en voortwenteling van innovatieboxroyalty’s van artikel 36a Bvdb 2001.
Hierbij zij opgemerkt dat ontwikkelingslanden in de zin van het Bvdb 2001 tezamen als één land gelden en de keuze voor de ontwikkelingslanden daarom altijd voor alle ontwikkelingslanden tezamen moet worden gemaakt.
▪ Wordt afgezien van de gezamenlijke methode dan kan onder het Bvdb 2001 uitsluitend voor kostenaftrek voor alle landen gezamenlijk worden gekozen.
67 Omdat onder het Bvdb 2001 altijd de gezamenlijke methode van toepassing is, is het niet mogelijk om voor bepaalde dividenden, interest of royalty's voor kostenaftrek te kiezen en voor andere inkomsten de daarover geheven buitenlandse belasting te verrekenen.
▪ Uit een voorgaand jaar voortgewentelde bronbelasting komt niet in aanmerking voor kostenaftrek.
▪ De belastingplichtige dient schriftelijk om kostenaftrek te verzoeken. De keuze tot kostenaftrek is mogelijk zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat en kan jaarlijks worden gemaakt. Een ambtshalve vermindering als gevolg van een herziening is niet mogelijk.
Tot slot heeft de keuze voor kostenaftrek inzake reguliere royalty’s vermeld in art. 36 Bvdb 2001 geen gevolgen voor de verrekening en voortwenteling van royalty’s op grond van art. 36a Bvdb 2001.
- Regeling
- Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 09-12-2023
- BWB-id
- BWBR0049041
- Versie
- 2023-12-09_0