wetzoeker

5.3.1 — Vrijstelling heeft voorrang op verrekening Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)

Vrijstelling heeft voorrang op verrekening

Als op voorkomingsaanspraken regelingen van gelijke orde van toepassing zijn, gelden eveneens regels om de rangorde te kunnen bepalen. De eerste regel luidt dat vrijstelling preferent is ten opzichte van verrekening. Voor de niet-verdragslanden is deze rangorderegel opgenomen in art. 44a Bvdb 2001. Dit artikel bepaalt dat de voorkomingsaanspraken in de volgorde van de bepalingen van het Bvdb 2001 in aanmerking moeten worden genomen. Daarin wordt als eerste de vrij te stellen winst genoemd waarop de doorschuifregeling van toepassing is (art. 34 Bvdb 2001).

49 Ook kunnen nog in te halen verliezen van voor 2012 aanwezig zijn. Een inhaalverplichting heeft echter geen gevolgen voor de volgorde waarin aanspraken op voorkoming van dubbele belasting in aanmerking worden genomen. De in te halen verliezen komen namelijk in mindering op de onder de objectvrijstelling vrij te stelen winst (art. 33b, lid 1 Wet Vpb). Hierdoor zal de aanslag vennootschapsbelasting hoger zijn, zodat meer buitenlandse belasting kan worden verrekend.

Pas daarna komt de verrekening uit hoofde van de art. 36 en vervolgens art. 36a Bvdb 2001 ter sprake. Onder het Bvdb 2001 heeft vrijstelling dus voorrang op verrekening. Omdat de vrijstellingsmethode met ingang van 2012 door de objectvrijstelling is vervangen, heeft de rangorderegel thans nog slechts belang voor aanspraken op vrijstelling van doorgeschoven winsten van vóór 2012.

Voor de belastingverdragen is dezelfde rangorderegel terug te vinden in het Besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897, onderdeel 3.3.2. Hier wordt bepaald dat bij verminderingsaanspraken van gelijke orde vrijstelling voorgaat op verrekening.

Voorbeeld:

Stel dat het Vpb-tarief 25% bedraagt en de te betalen vennootschapsbelasting 20 beloopt. Er bestaat een aanspraak op verrekening van door verdragsland A geheven belasting van 15 op interest. Daarnaast heeft de belastingplichtige vóór 1 januari 2012 in verdragsland B 44 buitenlandse winst genoten die nog niet is vrijgesteld. Op deze winst is de doorschuifregeling van toepassing. De samenhangende aanspraak op voorkoming bedraagt 11 (25% * 44). Nu in deze casus op beide winstbestanddelen een verdrag van toepassing is, geldt de rangorderegel dat vrijstelling voorgaat op verrekening. Eerst wordt daarom voor de door te schuiven winst van 44 een vermindering van 11 verleend. Daarna wordt verrekening gegeven voor 9 buitenlandse belasting die over de interest is geheven. Het niet verrekende deel van 6 kan naar het volgende jaar worden voortgewenteld.

Regeling
Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-12-2023
BWB-id
BWBR0049041
Versie
2023-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl