wetzoeker

4.1.4 — Laagbelaste beleggingsverliezen Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)

Laagbelaste beleggingsverliezen

De objectvrijstelling geldt niet voor de resultaten van een laagbelaste beleggingsonderneming. Dit betekent dat de eruit genoten winsten in de heffing worden betrokken. Keerzijde is dat ook de verliezen in aftrek mogen worden gebracht. Voor deze verliezen had een inhaalregeling kunnen worden getroffen zoals die vroeger voor verliezen uit normaal belaste vaste inrichtingen gold. In het jaar dat de belastingplichtige dan weer winst uit de laagbelaste beleggingsonderneming zou genieten, had hem verrekening van de buitenlandse belasting kunnen worden onthouden voor zover nog een verlies zou moeten worden ingehaald. De wetgever heeft echter voor een ander, eenvoudiger, systeem gekozen.

Vooropgesteld dient te worden dat het Vpb-tarief ieder jaar kan wijzigen. Gemakshalve wordt hierna uitgegaan van een Vpb-tarief van 25% In het jaar dat een verlies wordt geleden, wordt de heffingsgrondslag van de belastingplichtige zodanig verhoogd dat het verlies niet voor 25% maar voor 20% in aftrek komt. Om tot deze bijtelling te komen bepaalt art. 15h Wet Vpb dat de winst van de belastingplichtige wordt ‘verminderd’ met 5/H maal het ‘verlies’ uit de laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming. De winst ‘verminderen’ met een verlies betekent dat de heffingsgrondslag wordt vergroot. Bij de genoemde breuk staat H voor het in art. 22 Wet Vpb opgenomen hoogste Vpb-tarief.

46 Het hoogste Vpb-tarief van het betreffende jaar.

Voorbeeld:

Stel dat de winst van de belastingplichtige 1200 bedraagt en dat daarin een verlies van 400 uit een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming is begrepen. Uitgaande van een Vpb-tarief van 25% wordt het resultaat van belastingplichtige dan als volgt berekend: 1200 -/- (5/25 * -/- 400) = 1280. Als gevolg van de verhoging van de winst met 80 wordt het aftrekbare verlies beperkt en is hierdoor niet tegen 100%, maar tegen 80% aftrekbaar.

Door het verlies voor 80% in plaats van voor 100% in aftrek toe te staan, is een inhaalregeling overbodig. Wordt in een later jaar een winst uit de laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming genoten, dan hoeft geen rekening meer te worden gehouden met het in het daaraan voorafgaande jaar geleden verlies.

Regeling
Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-12-2023
BWB-id
BWBR0049041
Versie
2023-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl