3.8 — Voortwenteling niet verrekende belasting Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Voortwenteling niet verrekende belasting
Is de buitenlandse belasting over de dividenden, interest en royalty's hoger dan de daarover geheven Nederlandse belasting (tweede limiet), dan kan het surplus niet worden verrekend. Datzelfde is het geval als de verschuldigde vennootschapsbelasting ontoereikend is. Het onverrekende deel van de buitenlandse belasting mag in die twee gevallen in latere jaren worden verrekend. Art. 37 Bvdb 2001 bepaalt daartoe dat de niet verrekende buitenlandse belasting wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Daarmee wordt bedoeld dat de eerste limiet die aan de verrekening is gesteld, verhoogd wordt met de in voorgaande jaren onverrekende buitenlandse belasting. Dit wordt ook wel de voortwenteling van niet verrekenende belasting genoemd. Ook indien in een jaar zelf geen bronbelasting is ingehouden, is er in het geval van voortgewentelde bronheffing dus sprake van een eerste limiet, omdat de bronbelasting op grond van art. 37 Bvdb 2001 wordt geacht te zijn ingehouden in dat latere jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats als het naar het volgende jaar over te brengen bedrag aan buitenlandse belasting door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld (art. 44, lid 1 Bvdb 2001).
De voortwentelingsregeling heeft uitsluitend gevolgen voor de eerste limiet. Alleen de niet verrekende buitenlandse belasting wordt voortgewenteld. De daarmee samenhangende dividenden, interest of royalty’s worden niet naar het volgende jaar overgebracht. De tweede limiet ondergaat dus geen enkele wijziging hiervan; de tweede limiet kan niet worden verhoogd met buitenlandse inkomsten uit voorgaande jaren en wordt ook niet, als de buitenlandse inkomsten per saldo negatief zouden zijn, verlaagd.
44 Zie ook HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9191.
Veel verdragen en buitenlandse regelingen ter voorkoming van dubbele belasting kennen geen voortwentelingsregeling.
45 In recentere verdragen is wel een bepaling over voortwenteling opgenomen. Zie bijvoorbeeld de in artikel 23, derde lid, van het belastingverdrag met Denemarken opgenomen bepaling. In de toelichtende nota bij het protocol van 9 mei 2018 (Trb. 2018, 61 en Trb. 2018, 161) wordt opgemerkt dat het derde lid van artikel 23 van dat verdrag ‘niet afdoet aan, kort gezegd, de in de Nederlandse regelgeving vastgelegde ‘gezamenlijke methode’ en voortwentelingsmogelijkheid bij de verrekening van Deense belasting’.
Op grond van onderdeel 3.4.1. van het Besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897 is echter in alle gevallen voortwenteling mogelijk.
Voorbeeld:
Ter illustratie van het voortwentelen van onverrekend gebleven buitenlandse belasting volgt hier een voorbeeld:
Bronheffingspercentage: | 15%
Belastbaar bedrag: | 200 (ieder jaar)
Vpb-tarief: | 25%
Buitenlandse inkomsten: | Jaar | Interest | Kosten
1 | 100 | 80
2 | 60 | 30
3 | 0 | 0
Uitwerking:
Jaar 1:
1elimiet | 15 (= 15% * 100)2e limiet (100 – 80) * 25% = 5
Derhalve: | verrekenen 5
voortwentelen 15 -/- 5 = 10 (aan te merken als geheven belasting jaar 2)
Jaar 2:
1e limiet | 9 (=15% * 60) + 10 (voortgewenteld uit jaar 1) = 19
2e limiet | (60 – 30) * 25% = 7,5
Derhalve: | verrekenen 7,5
voortwentelen 19 -/- 7,5 = 11,5 (aan te merken als geheven belasting jaar 3)
Jaar 3:
1e limiet | 11,5 (voortgewenteld uit jaar 2)
2e limiet | 0 * 25% = 0
Derhalve: | verrekenen 0
voortwentelen 11,5 (aan te merken als geheven belasting jaar 4)
Het besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897 ziet ook op enkele bijzondere gevallen van voortwenteling. In onderdeel 3.4.2. wordt uitgelegd hoe verrekening van de voortgewentelde buitenlandse (bron)belasting dient plaats te vinden vanaf het moment dat met een voormalig ontwikkelingsland een verdrag is overeengekomen. In de onderdelen 3.4.3. en 3.4.4. komt de wijze van verrekening aan bod van voortgewentelde buitenlandse (bron)belasting bij wisseling van de afzonderlijke methode in de gezamenlijke methode en vice versa. Omdat dergelijke situaties zich slechts zelden zullen voordoen, wordt daarop niet afzonderlijk in de syllabus ingegaan.
- Regeling
- Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 09-12-2023
- BWB-id
- BWBR0049041
- Versie
- 2023-12-09_0