3.7 — Verrekening bronbelasting door Nederlandse vaste inrichtingen Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Verrekening bronbelasting door Nederlandse vaste inrichtingen
Op de hoofdregel dat slechts binnenlands belastingplichtigen aanspraak maken op verrekening van buitenlandse bronbelasting maakt het Besluit van 21 januari 2004, nr. IFZ2003/558M een uitzondering. Het besluit houdt verband met het arrest van het Europese Hof van Justitie (HvJ 21 september 1999, zaak C-307/97). Daarin werd geoordeeld dat vaste inrichtingen van buitenlandse belastingplichtigen voor de voorkoming van dubbele belasting op dezelfde wijze moeten worden behandeld als ingezeten rechtspersonen.
Het Besluit keurt voor een aantal gevallen goed dat ook buitenlands belastingplichtigen die in Nederland een onderneming drijven door middel van een vaste inrichting bronbelasting mogen verrekenen. De in het buitenland geheven belasting over aan deze vaste inrichting toerekenbare belastbare dividenden, interest of royalty’s mogen zij verrekenen met de hierover in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting.
Voor de verrekening van bronbelasting door een Nederlandse vaste inrichting zijn dezelfde regels van toepassing op de tweede limiet als voor in Nederland gevestigde vennootschappen. De eerste limiet wordt echter bepaald door de laagste te nemen van het belastingpercentage dat van kracht is in de relatie tussen Nederland (NL) en het Bronland (BL) enerzijds en die tussen het Vestigingsland (VL) en het Bronland (BL) anderzijds. De eerste limiet wordt berekend volgens de volgende formule:
De eerste limiet is het laagste van ‘NL-BL’ en ‘VL-BL’, waarbij:
NL-BL = de belasting berekend volgens de tussen Nederland en het bronland van waaruit de dividenden, interest of royalty's afkomstig zijn van toepassing zijnde internationale regeling ter voorkoming van dubbele belasting.
41 Het Besluit van 21 januari 2004, nr. IFZ2003/558M merkt daarover het volgende op’: ‘De mogelijkheid bestaat dat aan de vaste inrichting toerekenbare dividenden, interest of royalty's niet afkomstig zijn uit een land waarmee Nederland een belastingverdrag is overeengekomen. Als in Nederland een andere (internationale) regeling ter voorkoming van dubbele belasting (zoals de BRK of het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001) van toepassing is op basis waarvan bronbelasting kan worden verrekend, dan geldt de volgens deze regeling maximaal te verrekenen bronbelasting als uitgangspunt bij de bepaling van de toepasselijke limieten zoals hiervoor onder a bedoeld (Besluit 21 januari 2004).’
VL-BL = de belasting berekend naar het percentage (in de aangegeven volgorde):
(i) zoals overeengekomen in het belastingverdrag tussen het land van vestiging van de buitenlands belastingplichtige en het bronland van waaruit de dividenden, interest en royalty’s afkomstig zijn;
(ii) zoals dat geldt onder een van toepassing zijnde (internationale) regeling indien geen belastingverdrag van kracht is;
42 ‘Is geen belastingverdrag overeengekomen tussen het land van vestiging van de buitenlands belastingplichtige met een vaste inrichting in Nederland en het land van waaruit de dividenden, interest of royalty's afkomstig zijn dan geldt het volgende. Als op de dividenden, interest of royalty's toch een (internationale) regeling van toepassing is die voorziet in een beperking van de te heffen bronbelasting, dan geldt het volgens deze regeling geldende percentage voor de bronbelasting als uitgangspunt bij de bepaling van de toepasselijke limieten zoals hiervoor onder b bedoeld’ (Besluit van 21 januari 2004, nr. IFZ2003/558M).
(iii) zoals dat in het bronland geldt, indien geen internationale regeling van toepassing is.
43 ‘Geldt geen zodanige (internationale) regeling dan wordt het percentage van de bronbelasting van het land van waaruit de dividenden, interest of royalty's afkomstig zijn als uitgangspunt genomen voor de berekening van de belasting onder b’ (Besluit van 21 januari 2004, nr. IFZ2003/558M).
Ontbreekt tussen Nederland en het bronland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting, dan is de eerste limiet 0. Het doel van de afwijkende eerste limiet is namelijk dat Nederland het laagste bedrag aan bronbelasting verrekent dat van toepassing is in de relatie NL-BL respectievelijk VL-BL. Als tussen Nederland en het bronland geen regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is, omdat sprake is van een niet-ontwikkelingsland waarmee geen belastingverdrag is gesloten, dan zou een in Nederland gevestigde vennootschap evenmin aanspraak maken op verrekening van bronbelasting.
Net als bij de verrekening van bronbelasting door vennootschappen, geldt ook voor de Nederlandse vaste inrichting de 15%-limiet voor dividenden afkomstig uit ontwikkelingslanden. In het Saint Gobain besluit wordt daarover het volgende opgemerkt:
‘De mogelijkheid bestaat dat aan de vaste inrichting toerekenbare dividenden, interest of royalty’s niet afkomstig zijn uit een land waarmee Nederland een belastingverdrag is overeengekomen. Als in Nederland een andere (internationale) regeling ter voorkoming van dubbele belasting (zoals de BRK of het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001) van toepassing is op basis waarvan bronbelasting kan worden verrekend, dan geldt de volgens deze regeling maximaal te verrekenen bronbelasting als uitgangspunt bij de bepaling van de toepasselijke limieten zoals hiervoor onder a bedoeld.’
Voor de vraag of dividenden, interest of royalty’s kunnen worden toegerekend aan een vaste inrichting, wordt verwezen naar het Besluit van 15 januari 2011, nr. IFZ2010/457M. Voor de vraag of aandelen toegerekend kunnen worden aan een vaste inrichting wordt verwezen naar het Besluit van 14 juni 2019, nr. 2019-10144.
- Regeling
- Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 09-12-2023
- BWB-id
- BWBR0049041
- Versie
- 2023-12-09_0