wetzoeker

3.6.3 — Afzonderlijke methode verdragen en belastingregelingen Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)

Afzonderlijke methode verdragen en belastingregelingen

Onder de BRK, de BRN-C, de BRN-StM, de BRN-BES en de verdragen is toepassing van de afzonderlijke methode de regel. Het Besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897 keurt echter goed dat de gezamenlijke methode wordt toegepast. Het toepassen van de gezamenlijke methode is voor een belastingplichtige meestal voordeliger dan de afzonderlijke methode. Daarom wordt deze methode bij het vaststellen van de aanslag standaard gebruikt, ook als een verdrag van toepassing is. Als een belastingplichtige geen gebruik wil maken van de gezamenlijke methode, maar de afzonderlijke methode wenst te hanteren, dan kan hij dat kenbaar maken aan de inspecteur. Deze keuze mag per kalenderjaar of per jaar (vennootschapsbelasting) worden gemaakt. Het programma AEB rekent standaard met de gezamenlijke methode, maar kan ook met de afzonderlijke methode rekenen.

Aan het toepassen van de gezamenlijke methode worden in het Besluit van 18 april 2023, nr. 2023-2897, onderdeel 3.3.1 de volgende voorwaarden verbonden:

De gezamenlijke methode wordt toegepast op de dividenden, interest en royalty’s afkomstig uit alle Mogendheden gezamenlijk, respectievelijk op de innovatieboxroyalty’s afkomstig uit alle Mogendheden gezamenlijk. Dat zijn dus alle ontwikkelingslanden en alle verdragslanden tezamen

39 Het betreft de Mogendheden waarvoor een verdrag van kracht is alsmede de Mogendheden waarop het Bvdb 2001 toepassing vindt.

. Er kan niet voor gedeeltelijke toepassing van de gezamenlijke methode worden geopteerd.

Onder de gezamenlijke methode worden voor de berekening van de tweede limiet ook dividenden, interest en royalty’s in aanmerking genomen waarover Mogendheden op grond van een verdrag (bron)belasting mogen heffen, maar zij daarvan op grond van hun nationale recht hebben afgezien. Vindt geen heffing plaats omdat een internationale regeling (zoals Richtlijn 2003/49/EG) de heffingsbevoegdheid van de Mogendheid beperkt, dan worden de dividenden, interest en royalty’s niet voor de tweede limiet in aanmerking genomen. Ter bepaling van de tweede limiet wordt voorts geen rekening gehouden met dividenden, interest en royalty’s afkomstig uit Mogendheden waarmee in het verdrag een uitsluitende woonstaatheffing is overeengekomen.

Een onder een verdrag voor interest of royalty’s overeengekomen ‘tax sparing credit’ kan niet worden verrekend als de aan de inkomsten onderliggende vordering, het onderliggende recht of het onderliggende eigendom tot stand is gekomen, verkregen of overgedragen met als voornaamste doel het voordeel te verkrijgen of te vergroten van de gezamenlijke methode. In dat geval kan de extra verrekeningsruimte (het verschil tussen de geheven (bron)belasting en de 2e limiet) die de gezamenlijke methode biedt slechts worden benut voor de verrekening van de daadwerkelijk geheven (bron)belasting.

Voor zover dividenden, interest of royalty’s in Nederland op grond van een verdrag al zijn vrijgesteld van belasting, vindt niet ook verrekening van buitenlandse (bron)belasting plaats.

40 Zie ook HR 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AB2825.

Gedacht kan worden aan uit een land ontvangen dividenden, interest of royalty’s die tevens deel uitmaken van de winst van een buitenlandse vaste inrichting in een ander land. Zowel de op deze dividenden, interest of royalty’s ingehouden buitenlandse bronbelasting, als de inkomsten zelf worden niet in aanmerking genomen bij de toepassing van de gezamenlijke methode.

Regeling
Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-12-2023
BWB-id
BWBR0049041
Versie
2023-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl