wetzoeker

2.4.2 — Criteria laagbelaste beleggingsonderneming Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)

Criteria laagbelaste beleggingsonderneming

Van een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming is sprake als cumulatief aan twee toetsen wordt voldaan: de werkzaamhedentoets en de onderworpenheidstoets (art. 15g, lid 1 Wet Vpb).

12 Bovendien moeten de beleggingen aan de vaste inrichting kunnen worden toegerekend.

Voor de werkzaamhedentoets geldt dat de werkzaamheden van de buitenlandse onderneming grotendeels (voor meer dan 50%) dienen te bestaan uit beleggen, passieve concernfinanciering of passieve terbeschikkingstelling. Tot de werkzaamheden worden ook gerekend de (pro rata) toe te rekenen werkzaamheden van de lichamen waarin de belastingplichtige een belang heeft van ten minste 5% dat toerekenbaar is aan de buitenlandse onderneming. Voor de vraag of de aandelen aan een vaste inrichting kunnen worden toegerekend is het Besluit van 15 januari 2011, nr. DGB 2010/8223M (Stcrt. 2011, 1374) van belang. Daarnaast geldt de onderworpenheidstoets. Als de winst van de buitenlandse onderneming onvoldoende wordt belast, dan is de beleggingsonderneming laagbelast. Dat is het geval als de beleggingsonderneming niet is onderworpen aan een naar Nederlandse begrippen reële heffing.

Van beleggen is sprake als het aanhouden van de vermogensbestanddelen er niet op is gericht een hoger rendement te behalen dan bij normaal vermogensbeheer kan worden verwacht. Bij het wegen van de verschillende werkzaamheden dient niet alleen gekeken te worden naar het aantal mensen (fte’s) of het aantal uren dat aan de verschillende werkzaamheden wordt besteed. Het begrip werkzaamheden dient kwalitatief te worden ingevuld, waarbij ook de functie die de buitenlandse onderneming heeft van belang is.

Op de onder de werkzaamhedentoets als belegging gekwalificeerde werkzaamheden bestaan twee uitzonderingen (art. 15g, lid 2 Wet Vpb). Als de werkzaamheden van de beleggingsonderneming kunnen worden aangemerkt als actieve financierings- of terbeschikkingstellingswerkzaamheden is geen sprake van beleggen (art. 2a, lid 5 en art. 2b, lid 5 Uitvoeringsbeschikking Vpb 1971). De tweede uitzondering ziet op de werkzaamheden die bestaan uit het houden van onroerende zaken of rechten die direct of indirect betrekking hebben op onroerende zaken.

Regeling
Vennootschapsbelasting. Geautomatiseerde berekening voorkoming dubbele belasting; toelichting op gehanteerde uitgangspunten (Syllabus AEB)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-12-2023
BWB-id
BWBR0049041
Versie
2023-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl