Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens van 6 juni 2023 met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes (Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023)
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 12-12-2023
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Privacy, Staats- en bestuursrecht
- Ministerie
- Autoriteit Persoonsgegevens
- BWB-id
- BWBR0049034
- Versie
- 2023-12-12_0
- SHA-256 bron
- e92934fef86815e0ab50925b69504595118abe117e9ed3fcb380b68880e6f4e8
Inhoud (21)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
- Bijlage 2 — behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
- Bijlage 3 — behorende bij artikel 4 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
- Bijlage 4 — behorende bij artikel 5 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
- Bijlage 5 — behorende bij artikel 6 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. Autoriteit Persoonsgegevens: de Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;
b. basisboete: het bedrag dat de basis vormt voor het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete, vastgesteld binnen de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie, voordat toepassing is gegeven aan paragraaf 2.6;
c. betrokkene: degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft als bedoeld in artikel 4, onder 1, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
d. recidive: de omstandigheid dat de Autoriteit Persoonsgegevens of een rechterlijke instantie reeds eerder onherroepelijk eenzelfde of een vergelijkbare door de overtreder begane overtreding heeft vastgesteld, zulks behoudens het bepaalde in artikel 15.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 2
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op de vaststelling van bestuurlijke boetes voor overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming waarop reeds de richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming 04/2022 van toepassing zijn. Ingeval de richtsnoeren 04/2022 toepasselijk zijn, dan hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens deze bij de berekening van bestuurlijke boetes voor overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.1 — Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 10.000.000 respectievelijk € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% respectievelijk 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar
Artikel 3
3.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste het bedrag van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, zijn in bijlage 1 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III.
3.2 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste het bedrag van € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, zijn in bijlage 2 ingedeeld in categorie I, categorie II, categorie III of categorie IV.
3.3 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, dan wel € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
Categorie I | Boetebandbreedte tussen € 0 en € 200.000 | Basisboete: € 100.000
Categorie II | Boetebandbreedte tussen € 120.000 en € 500.000 | Basisboete: € 310.000
Categorie III | Boetebandbreedte tussen € 300.000 en € 750.000 | Basisboete: € 525.000
Categorie IV | Boetebandbreedte tussen € 450.000 en € 1.000.000 | Basisboete: € 725.000
3.4 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.2 — Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 900.000
Artikel 4
4.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 900.000 kan opleggen, zijn in bijlage 3 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III.
4.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van € 900.000 vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
Categorie I | Boetebandbreedte tussen € 0 en € 250.000 | Basisboete: € 125.000
Categorie II | Boetebandbreedte tussen € 150.000 en € 600.000 | Basisboete: € 375.000
Categorie III | Boetebandbreedte tussen € 350.000en € 900.000 | Basisboete: € 625.000
4.3 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.3 — Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 5
5.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan opleggen, zijn in bijlage 4 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III.
5.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
Categorie I | Boetebandbreedte tussen € 0 en € 200.000 | Basisboete: € 100.000
Categorie II | Boetebandbreedte tussen € 120.000 en € 500.000 | Basisboete: € 310.000
Categorie III | Boetebandbreedte tussen € 300.000 (A) en het bedrag genoemd in de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (B) | Basisboete: (A+B) / 2
5.3 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.4 — Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 6
6.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan opleggen, zijn in bijlage 5 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III.
6.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
Categorie I | Boetebandbreedte tussen € 0 en € 25.000 | Basisboete: € 12.500
Categorie II | Boetebandbreedte tussen € 15.000 en € 50.000 | Basisboete: € 32.500
Categorie III | Boetebandbreedte tussen € 30.000 (A) en het bedrag genoemd in de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (B) | Basisboete: (A+B) / 2
6.3 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.5 — Bepalen van de hoogte van de boete
Artikel 7
De Autoriteit Persoonsgegevens bepaalt de hoogte van de boete door het bedrag van de basisboete naar boven (tot ten hoogste het maximum van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie) of naar beneden (tot ten laagste het minimum van die bandbreedte) bij te stellen. De basisboete wordt verhoogd of verlaagd afhankelijk van de mate waarin de factoren die zijn genoemd in artikel 8 daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.5 — Bepalen van de hoogte van de boete
Artikel 8
Onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht houdt de Autoriteit Persoonsgegevens rekening met de factoren genoemd onder a tot en met k, voor zover in het concrete geval van toepassing:
a) de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, rekening houdend met de aard, de omvang of het doel van de verwerking in kwestie alsmede het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door hen geleden schade;
b) de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk;
c) de door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker genomen maatregelen om de door betrokkenen geleden schade te beperken;
d) de mate waarin de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker verantwoordelijk is gezien de technische en organisatorische maatregelen die hij heeft uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 25 en 32 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
e) eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker;
f) de mate waarin er met de toezichthoudende autoriteit is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan te beperken;
g) de categorieën van persoonsgegevens waarop de inbreuk betrekking heeft;
h) de wijze waarop de toezichthoudende autoriteit kennis heeft gekregen van de inbreuk, met name of, en zo ja in hoeverre, de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker de inbreuk heeft gemeld;
i) de naleving van de in artikel 58, tweede lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming genoemde maatregelen, voor zover die eerder ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker in kwestie met betrekking tot dezelfde aangelegenheid zijn genomen;
j) het aansluiten bij goedgekeurde gedragscodes overeenkomstig artikel 40 van de Algemene verordening gegevensbescherming of van goedgekeurde certificeringsmechanismen overeenkomstig artikel 42 van de Algemene verordening gegevensbescherming; en
k) elke andere op de omstandigheden van de zaak toepasselijke verzwarende of verzachtende factor, zoals gemaakte financiële winsten, of vermeden verliezen, die al dan niet rechtstreeks uit de inbreuk voortvloeien.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.5 — Bepalen van de hoogte van de boete
Artikel 9
9.1 Indien de voor de overtreding bepaalde boetecategorie in het concrete geval geen passende bestraffing toelaat, kan de Autoriteit Persoonsgegevens bij het bepalen van de hoogte van de boete de boetebandbreedte van de naast hogere categorie respectievelijk de boetebandbreedte van de naast lagere categorie toepassen.
9.2 In aanvulling op artikel 8, onder e, van deze beleidsregels en behoudens het bepaalde in artikel 15.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens het uitgangspunt om in geval van recidive de boete met 50% te verhogen, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens kan daarbij buiten de grenzen van de toegepaste boetebandbreedte treden, met inachtneming van het wettelijk boetemaximum.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.6 — Draagkracht
Artikel 10
Bij het vaststellen van de boete houdt de Autoriteit Persoonsgegevens zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert.
In geval van verminderde of onvoldoende draagkracht van de overtreder kan de Autoriteit
Persoonsgegevens de op te leggen boete verdergaand matigen, indien, na toepassing van de artikelen 7 en 9.1 van de beleidsregels, vaststelling van een boete binnen de boetebandbreedte van de naast lagere categorie naar haar oordeel desalniettemin zou leiden tot een onevenredig hoge boete.
Hoofdstuk 2 — Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes › Paragraaf 2.7 — Meerdere overtredingen
Artikel 11
Ingeval van meerdere overtredingen met betrekking tot dezelfde of daarmee verband houdende verwerkingsactiviteiten is de totale boete niet hoger dan het wettelijk boetemaximum van de zwaarste overtreding.
Hoofdstuk 3 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12
Op overtredingen ten aanzien waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens vaststelt dat ze zijn begaan voorafgaand aan het van toepassing worden van de Algemene verordening gegevensbescherming en de inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming op 25 mei 2018, wordt ten aanzien van de periode vóór dat tijdstip rekening gehouden met de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016, zoals deze golden voorafgaand aan dat tijdstip. Het voorgaande laat onverlet de toepasselijkheid van de richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming 04/2022 in de gevallen waarop die richtsnoeren betrekking hebben (vergelijk artikel 2 van deze beleidsregels).
Hoofdstuk 3 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
De Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 worden ingetrokken.
Hoofdstuk 3 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 14
Deze beleidsregels treden in werking met terugwerkende kracht per 24 mei 2023.
Hoofdstuk 3 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 15
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023.
Hoofdstuk 3 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 16
Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is
Wetsartikel | Omschrijving | Categorie
Algemene verordening gegevensbescherming
artikel 8 | voorwaarden voor de toestemming van kinderen met betrekking tot diensten van de informatiemaatschappij | II
artikel 11 | verwerking waarvoor identificatie niet is vereist | I
artikel 25 | gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen | II
artikel 26 | gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken | I
artikel 28, behoudens het negende lid | verwerker | II
artikel 28, negende lid | verwerker | I
artikel 29 | verwerking onder gezag van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker | I: indien de overtreder een natuurlijke persoon is; II: indien de overtreder een rechtspersoon is, of onderdeel daarvan
artikel 30, behoudens het derde lid | register van de verwerkingsactiviteiten | II
artikel 30, derde lid | register van de verwerkingsactiviteiten | I
artikel 31 | medewerking met de toezichthoudende autoriteit | III
artikel 32 | beveiliging van de verwerking | II
artikel 33, behoudens het derde lid | melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit | III
artikel 33, derde lid | melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit | II
artikel 34, behoudens het tweede lid | mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene | III
artikel 34, tweede lid | mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene | II
artikel 35, behoudens het negende lid | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | II
artikel 35, negende lid | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | I
artikel 36 | voorafgaande raadpleging | II
artikel 37, behoudens het zevende lid | aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming | II
artikel 37, zevende lid | aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming | I
artikel 38, behoudens het tweede en zesde lid | positie van de functionaris voor gegevensbescherming | II
artikel 38, tweede en zesde lid | positie van de functionaris voor gegevensbescherming | I
artikel 39 | taken van de functionaris voor gegevensbescherming | II
artikel 41, vierde lid | toezicht op goedgekeurde gedragscodes | I
artikel 42, behoudens het derde en zesde lid | certificering | II
artikel 42, derde lid | certificering | I
artikel 42, zesde lid | certificering | III
artikel 43 | certificeringsorganen | I
Wetsartikel | Omschrijving | Categorie
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
artikel 18, eerste lid | bestuurlijke boete aan overheden | I, II, of III, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
Kieswet | bestuurlijke boete op grond van Kieswet | I, II, of III, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
Wet basisregistratie personen | bestuurlijke boete op grond van de Wet basisregistratie personen | I, II, of III, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
Bijlage 2 — behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Bijlage 2 — behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is
Wetsartikel | Omschrijving | Categorie
Algemene verordening gegevensbescherming
artikel 5, eerste lid, behoudens onder a | beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens | III
artikel 5, eerste lid, onder a en tweede lid | beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens | I, II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
artikel 6 | rechtmatigheid van de verwerking | III
artikel 7 | voorwaarden voor toestemming | III
artikel 9 | verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens | IV
artikel 12, behoudens het derde tot en met vijfde lid | transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene | III
artikel 12, derde tot en met vijfde lid | transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene | II
artikel 13 | te verstrekken informatie wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld | III
artikel 14 | te verstrekken informatie wanneer de persoonsgegevens niet van de betrokkene zijn verkregen | III
artikel 15 | recht van inzage van de betrokkene | III
artikel 16 | recht op rectificatie | III
artikel 17 | recht op gegevenswissing | III
artikel 18, behoudens het derde lid | recht op beperking van de verwerking | III
artikel 18, derde lid | recht op beperking van de verwerking | II
artikel 19 | kennisgevingsplicht inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking | II
artikel 20 | recht op overdraagbaarheid van gegevens | III
artikel 21, behoudens het vierde lid | recht van bezwaar | III
artikel 21, vierde lid | recht van bezwaar | II
artikel 22 | geautomatiseerde individuele besluitvorming, waaronder profilering | IV
artikel 44 | algemeen beginsel inzake doorgiften | III
artikel 45 | doorgiften op basis van adequaatheidsbesluiten | III
artikel 46 | doorgiften op basis van passende waarborgen | III
artikel 47 | bindende bedrijfsvoorschriften | III
artikel 48 | niet bij Unierecht toegestane doorgiften of verstrekkingen | III
artikel 49 | afwijkingen voor specifieke situaties | III
alle verplichtingen uit hoofde van krachtens hoofdstuk IX door de lidstaten vastgesteld recht, bijvoorbeeld: | | I, II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
- artikel 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming jo. artikel 46, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming | verwerking nationaal identificatienummer | IV
- artikel 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming jo. artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming | verwerking nationaal identificatienummer | III
- artikel 89 van de Algemene verordening gegevensbescherming jo. artikel 45 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming | waarborgen en afwijkingen in verband met verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden | III
niet-naleving van een bevel of een tijdelijke of definitieve verwerkingsbeperking of een opschorting van gegevensstromen door de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 58, tweede lid, of niet-verlening van toegang in strijd met artikel 58, eerste lid | | IV
niet-naleving van een bevel van de toezichthoudende autoriteit als bedoeld in artikel 58, tweede lid | | IV
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
artikel 17, eerste lid | boete bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens strafrechtelijke aard | IV
artikel 18, eerste lid | bestuurlijke boete aan overheden | II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
Wet op het financieel toezicht
artikel 3:17, zevende lid | verplichtingen toegang betaaldienstverleners tot persoonsgegevens betaaldienstgebruikers | III
Kieswet | bestuurlijke boete op grond van Kieswet | II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
Wet basisregistratie personen | bestuurlijke boete op grond van Wet basisregistratie personen | II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling
Bijlage 3 — behorende bij artikel 4 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Bijlage 3 — behorende bij artikel 4 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 900.000
Wetsartikel | Omschrijving | Categorie
Telecommunicatiewet
artikel 11.3a, behoudens het derde en zevende lid | meldplicht datalekken aanbieder openbare elektronische communicatiedienst | II
artikel 11.3a, derde en zevende lid | meldplicht datalekken aanbieder openbare elektronische communicatiedienst | I
artikel 11.5b | verwerking persoonsgegevens door verleners van vertrouwensdiensten | II
artikel 18.15a | regels over te verstrekken gegevens bij de kennisgeving van een inbreuk op de veiligheid of het verlies van integriteit | I
Verordening (EU) nr. 910/2014 (eIDAS-verordening)
artikel 19, tweede lid | meldplicht in de eIDAS-verordening | II
Algemene wet bestuursrecht
artikel 5:20, eerste lid | medewerkingsplicht (nalevingstoezicht Telecommunicatiewet) | III
Bijlage 4 — behorende bij artikel 5 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Bijlage 4 — behorende bij artikel 5 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
Wetsartikel | Omschrijving | Categorie
Wet politiegegevens
artikel 5 | bijzondere categorieën van politiegegevens | III
artikel 7a | geautomatiseerde individuele besluitvorming | III
artikel 24a, behoudens het tweede en derde lid | informatie aan de betrokkene | II
artikel 24a, tweede en derde lid | informatie aan de betrokkene | I
artikel 24b | verstrekking van informatie aan de betrokkene | II
artikel 25, eerste lid | recht op inzage | II
artikel 25, tweede lid | recht op inzage | I
artikel 28, eerste en tweede lid | recht op rectificatie en vernietiging van politiegegevens | II
artikel 28, derde, vierde en vijfde lid | recht op rectificatie en vernietiging van politiegegevens | I
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
artikel 7e | geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering | III
artikel 17a | informatie voor de betrokkene | II
artikel 17b, behoudens het tweede lid | verstrekking van informatie aan de betrokkene | II
artikel 17b, tweede lid | verstrekking van informatie aan de betrokkene | I
artikel 18 | recht op inzage | II
artikel 22, behoudens het vierde en vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | II
artikel 22, vierde en vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | I
artikel 24 | kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens | I
artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7e | geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering | III
artikel 39ha, eerste en tweede lid | informatie voor de betrokkene | II
artikel 39i, eerste lid | recht op inzage | II
artikel 39i, tweede en derde lid | recht op inzage | I
artikel 39m, behoudens het vierde lid en voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 22, vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | II
artikel 39m, vierde lid en voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 22, vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | I
artikel 39o jo. artikel 24 | kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens | I
artikel 40, derde lid, jo. artikel 7e | geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering | III
artikel 42b, behoudens voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 17b, tweede lid | informatie aan de betrokkene | II
artikel 42b, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 17b, tweede lid | informatie aan de betrokkene | I
artikel 43 | recht op inzage | II
artikel 46, behoudens het vierde lid en voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 22, vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | II
artikel 46, vierde lid en voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 22, vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | I
artikel 48 jo. artikel 24 | kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens | I
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7e | geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering | III
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 17a | informatie voor de betrokkene | II
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 17b, behoudens het tweede lid van dit artikel | verstrekking van informatie aan de betrokkene | II
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 17b, tweede lid | verstrekking van informatie aan de betrokkene | I
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 22, behoudens het vierde en vijfde lid van dit artikel | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | II
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 22, vierde en vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | I
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 24 | kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens | I
artikel 51b, tweede lid | recht op inzage | II
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7e | geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering | III
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 17a | informatie voor de betrokkene | II
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 17b, behoudens het tweede lid van dit artikel | verstrekking van informatie aan de betrokkene | II
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 17b, tweede lid | verstrekking van informatie aan de betrokkene | I
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 22, behoudens het vierde en vijfde lid van dit artikel | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | II
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 22, vierde en vijfde lid | recht op rectificatie, vernietiging of afscherming | I
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 24 | kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens | I
Artikel 51f, derde lid | recht op inzage | II
Bijlage 5 — behorende bij artikel 6 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Bijlage 5 — behorende bij artikel 6 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2023
Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
Wetsartikel | Omschrijving | Categorie
Wet politiegegevens
artikel 4a | gegevensbescherming door beveiliging en ontwerp | III
artikel 4b | gegevensbescherming door standaardinstellingen | III
artikel 4c | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | III
artikel 6c | verwerker | III
artikel 31d | register | III
artikel 32 | documentatie | II
artikel 33a | melding datalekken | III
artikel 33b | voorafgaand raadplegen Autoriteit persoonsgegevens | III
artikel 36 | functionaris voor gegevensbescherming | III
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
artikel 7 | verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker en beveiliging van gegevens | III
artikel 7a | gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen | III
artikel 7b | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | III
artikel 7d | verwerker | III
artikel 26c | register | III
artikel 26f | functionaris voor gegevensbescherming | III
artikel 26g | melden inbreuk op de beveiliging | III
artikel 26h | voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens | III
artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7 | verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens | III
artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7a | gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen | III
artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7b | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | III
artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7d | verwerker | III
artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26c | register | III
artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26f | functionaris voor gegevensbescherming | III
artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26g | melden inbreuk op de beveiliging | III
artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26h | voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens | III
artikel 40, derde lid, jo. artikel 7 | verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens | III
artikel 40, derde lid, jo. artikel 7a | gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen | III
artikel 40, derde lid, jo. artikel 7b | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | III
artikel 40, derde lid, jo. artikel 7d | verwerker | III
artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26c | register | III
artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26f | functionaris voor gegevensbescherming | III
artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26g | melden inbreuk op de beveiliging | III
artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26h | voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens | III
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7 | verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens | III
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7a | gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen | III
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7b | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | III
artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7d | verwerker | III
artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26c | register | III
artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26f | functionaris voor gegevensbescherming | III
artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26g | melden inbreuk op de beveiliging | III
artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26h | voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens | III
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7 | verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens | III
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7a | gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen | III
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7b | gegevensbeschermingseffectbeoordeling | III
artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7d | verwerker | III
artikel 51h, eerste lid, jo. artikel 26c | register | III
artikel 51h, eerste lid, jo. artikel 26g | melden inbreuk op de beveiliging | III
artikel 51h, eerste lid, jo. artikel 26h | voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens | III