wetzoeker

Artikel 6 Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2024–2028

1 Als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Wet overige OCW-subsidies en belast met het toezicht op de naleving van deze regeling wordt aangewezen: de inspecteur-generaal van het onderwijs en de ambtenaren van de Inspectie van het onderwijs die zijn belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht.

2 De stichting draagt er zorg voor dat de toezichthouder zijn werkzaamheden zodanig kan uitvoeren dat hij in voldoende mate toezicht kan uitoefenen op de tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorzieningen.

3 De Minister stelt na overleg met de stichting en in overeenstemming met de toezichthouder vast wat in ieder geval behoort tot de werkzaamheden van de toezichthouder als bedoeld in het eerste lid. De toezichthouder hanteert bij haar toezichtactiviteiten de door de Minister vastgestelde onderzoekskaders Nederlands onderwijs in het buitenland.

Regeling
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2024–2028
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-12-2023
BWB-id
BWBR0048981
Versie
2023-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl