wetzoeker

Artikel 4 Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2024–2028

1 De Minister verstrekt leerlinggebonden subsidie aan de rechtspersoon die een tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorziening in stand houdt.

2 Eén deel van de leerlinggebonden subsidie aan de onderwijsvoorziening wordt per kalenderjaar toegekend per leerling als bedoeld in artikel 3, derde lid, die op 1 oktober van enig jaar staat ingeschreven bij de onderwijsvoorziening, bedoeld in artikel 9, tweede lid. De hoogte van dit bedrag per subsidiabele leerling wordt per kalenderjaar berekend door 85% van het totale voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 7, tweede lid, te delen door het totaal aantal subsidiabele leerlingen van alle tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorzieningen.

3 Het aanvullende deel, 15% van het totale voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt per kalenderjaar toegekend aan onderwijsvoorzieningen waar op locatie les wordt gegeven gelegen buiten het Nederlands en Belgisch grondgebied. De hoogte van dit bedrag per onderwijsvoorziening wordt per kalenderjaar vastgesteld naar rato van het aantal leerlingen dat bij de onderwijsvoorziening staat ingeschreven, bedoeld in artikel 9, tweede lid.

4 Aan de directeur-bestuurder van de stichting wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten namens de Minister inzake de subsidie, bedoeld in dit artikel.

5 De directeur-bestuurder van de stichting kan ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende medewerkers.

Regeling
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2024–2028
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-12-2023
BWB-id
BWBR0048981
Versie
2023-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl