wetzoeker

§ 9 — Horen in bezwaar (artikel 7:2 Awb) Besluit Fiscaal Bestuursrecht

Horen in bezwaar (artikel 7:2 Awb)

1. Het initiatief voor het horen van een belanghebbende ligt bij de inspecteur (conform artikel 7:2 van de Awb en in afwijking van artikel 25, eerste lid, AWR). Dit geldt niet bij zogenoemde impliciete bezwaren, bijvoorbeeld in de vorm van een alsnog ingediende aangifte of bezwaren die hun grondslag vinden in artikel 24a, tweede lid, AWR. In die gevallen hoeft de inspecteur de belanghebbende dus niet op eigen initiatief uit te nodigen voor een hoorgesprek.

2. Als de belanghebbende niet binnen een door de inspecteur gestelde termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht om gehoord te worden, kan de inspecteur afzien van het horen (zie artikel 7:3, letter d, Awb). De inspecteur maakt hiervan melding in de uitspraak op bezwaar. Zo nodig verifieert de inspecteur of de belanghebbende de uitnodiging om gehoord te worden ontvangen heeft.

3. Horen vindt in de regel in persoon plaats. De inspecteur kan de belanghebbende anders dan in persoon horen, bijvoorbeeld telefonisch of langs digitale weg, als dat voldoende zorgvuldig gebeurt en de belanghebbende of zijn gemachtigde daarmee instemt.

4. Het horen strekt er mede toe om (ambtshalve) een zo gefundeerd mogelijke beslissing te kunnen nemen. De inspecteur hoort de belanghebbende als er redelijkerwijs twijfel mogelijk is of het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

5. De inspecteur stelt belanghebbende of zijn gemachtigde in de gelegenheid zich over het verslag van het hoorgesprek uit te laten.

Regeling
Besluit Fiscaal Bestuursrecht
Afkortingen
BFB
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2025
BWB-id
BWBR0048958
Versie
2025-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl