wetzoeker

10.3 — Inhoudelijke criteria Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)

Inhoudelijke criteria

De aanvragen die voldoen aan de drempelcriteria worden beoordeeld op kwaliteit. Hieronder wordt aangegeven op basis van welke criteria deze beoordeling zal worden gedaan, aan de hand van de bij de aanvraag in te dienen documenten zoals beschreven in hoofdstuk 8 (show cases, programmavoorstel, visiedocumenten, risicoanalyse en risicostrategie, en begroting).

Q1. De mate waarin de strategische lange termijn programmadoelstelling logisch voortvloeit uit de probleemanalyse en probleemstelling.

Q2.

a) De mate waarin de strategische lange termijn programmadoelstelling geoperationaliseerd wordt in duurzame kwalitatieve en/of kwantitatieve resultaten (met bijbehorende succescriteria en/of indicatoren), inclusief onderliggende aannames en risico’s; b) de mate waarin deze resultaten relevant zijn voor de programma ToC en realistisch binnen de tijdspanne en invloedssfeer van het programma.

Q3. De mate waarin de voorgestelde Monitoring, Evaluatie en Leren (MEL) strategie, inclusief de gepresenteerde methodologieën en rolverdeling, de aanvrager in staat zal stellen om de voortgang te monitoren en aanpassingen te maken aan middelen, activiteiten, uitkomsten en onderliggende aannames.

Q4. De mate waarin de voorgestelde activiteiten zijn afgestemd op (a) de operationele context waarin zij plaatsvinden, met aandacht voor de politiek-economische en psychosociale dimensies en dynamiek, en (b) bredere nationale en internationale ontwikkelingsstrategieën en -programma's.

Q5.

a) De mate waarin het voorgestelde programma conflict sensitief is in het ontwerp en de voorgestelde wijze van uitvoering; en b) de mate waarin de aanvrager dit overtuigend onderbouwt aan de hand van de show cases en de visiedocumenten.

Q6.

a) De mate waarin het voorgestelde programma inclusief is in het ontwerp en de voorgestelde wijze van uitvoering, met in het bijzonder aandacht voor (i) de wijze waarop lokale gemeenschappen zullen worden betrokken bij de activiteiten, en (ii) de situatie en positie van vrouwen en jongeren in de samenleving; en b) de mate waarin de aanvrager dit overtuigend onderbouwt aan de hand van de show cases en de visiedocumenten.

Q7.

a) De mate waarin de aanvrager binnen het voorgestelde programma gelijkwaardige partnerschappen aan zal gaan met lokale organisaties, waarbij de gelijkwaardigheid wordt afgemeten aan (i) het eigenaarschap en de zeggenschap van de lokale actoren bij de ontwikkeling van, besluitvorming over en implementatie van activiteiten; (ii) de mate waarin er sprake is van een wederkerig verantwoordingsmechanisme; en (iii) de mate waarin risico’s worden gedeeld, inclusief hoe de aanvrager de risicodeling verder wil versterken en ontwikkelen; en b) de mate waarin de aanvrager dit overtuigend onderbouwt aan de hand van de show cases en de visiedocumenten.

Q8.

a) De mate waarin het voorgestelde programma een learning loop tussen lokale, nationale, regionale en internationale beleidsbeïnvloeding enerzijds, en adaptieve, lokaal geleide programmering anderzijds, in praktijk zal brengen, inclusief hoe de aanvrager dit verder wil versterken en ontwikkelen; en b) de mate waarin de aanvrager dit overtuigend onderbouwt aan de hand van de show cases en de visiedocumenten.

Q9.

a) De mate waarin de aanvrager effectieve invloed zal hebben op de agendabepaling en/of uitkomst van beleidsprocessen (op lokaal, nationaal, regionaal en/of internationaal niveau) die relevant zijn voor het gekozen beleidsthema (veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of vredesopbouw en conflictbemiddeling); en b) de mate waarin de aanvrager dit overtuigend onderbouwt aan de hand van de show cases en de visiedocumenten.

Q10.

a) De mate waarin de aanvrager aantoont dat de institutionele manier van werken in fragiele staten en conflictgebieden zal bijdragen aan het bereiken van resultaten die relevant zijn voor het gekozen beleidsthema (veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of vredesopbouw en conflictbemiddeling),inclusief hoe de aanvrager dit verder wil versterken en ontwikkelen; en b) de mate waarin de aanvrager dit overtuigend onderbouwt aan de hand van de show cases en de visiedocumenten.

Q11. De mate waarin a) de risico's voor de voorgestelde interventiestrategieën zijn geïdentificeerd; b) de risico’s worden beheerst met adequate risicobeperkende maatregelen die passen bij een adaptieve, lokaal geleide ontwikkelingsaanpak; c) er sprake is van een realistische analyse van de mogelijkheden van risicomitigatie; en d) risico’s worden gemitigeerd gegeven de contexten waarin geopereerd zal worden.

Q12. De mate waarin de benodigde middelen -opgenomen in de begroting- in verhouding staan tot de uit te voeren activiteiten en de te realiseren resultaten.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-11-2023
BWB-id
BWBR0048868
Versie
2023-11-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl