10.2.2 — Drempelcriteria over de activiteiten waar een subsidie voor wordt aangevraagd Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)
Drempelcriteria over de activiteiten waar een subsidie voor wordt aangevraagd
D8. De activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd richten zich expliciet op één van de volgende twee V&R beleidsthema’s: ofwel veiligheid voor mensen en gemeenschappen, ofwel vredesopbouw en conflictbemiddeling.
D9.
a) De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd vallen uiteen in twee componenten: (i) empirisch onderbouwde beleidsbeïnvloeding en (ii) adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau; b) deze componenten worden aan elkaar gekoppeld door middel van het integreren van een learning loop.
D10. Het aangevraagde subsidiebedrag is:
a) Minimaal 10.000.000 euro
b) Maximaal 25.000.000 euro
D11. De activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd hebben een minimum looptijd van 91 maanden en een maximale looptijd van 96 maanden.
D12. De activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd beginnen niet eerder dan 1 januari 2024, en niet later dan 1 juni 2024, en worden op uiterlijk 31 december 2031 beëindigd.
D13. De begroting is als volgt verdeeld over de in drempelcriterium D9 genoemde componenten van activiteiten:
a) Een minimum van 25% en een maximum van 40% van de gevraagde subsidie is gepland voor empirisch onderbouwde beleidsbeïnvloeding (inclusief benodigde capaciteitsversterkende activiteiten, zowel binnen de eigen organisatie van de aanvrager als onder de partners van de aanvrager).
b) Een minimum van 60% en een maximum van 75% van de gevraagde subsidie is gepland voor adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau (inclusief institutionele capaciteitsversterking van lokale partners).
D14. De voorgestelde lokale, nationale en regionale beleidsbeïnvloeding activiteiten zijn gericht op de V&R-focuslanden: Afghanistan, Burkina Faso, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Irak, Jemen, Mali, Niger, Oeganda, Palestijnse Gebieden, Soedan, Somalië, Tunesië, en Zuid-Soedan.
D15. De adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau moet plaatsvinden in minimaal twee en maximaal vier van de in D14 genoemde V&R-focuslanden. Het maximum van vier V&R-focuslanden is niet van toepassing indien de gehele subsidie aanvraag betrekking heeft op activiteiten op het gebied van conflictbemiddeling onder het beleidsthema vredesopbouw en conflictbemiddeling.
D16. De adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau bouwt voort op bestaande programmering en netwerken van de aanvrager in de voorgestelde V&R-focuslanden.
D17. De aanvraag heeft geen betrekking op:
a) proselitisme;
b) commerciële activiteiten;
c) activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks of middellijk een subsidie of bijdrage van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (inclusief de posten) wordt ontvangen.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 10-11-2023
- BWB-id
- BWBR0048868
- Versie
- 2023-11-10_0