wetzoeker

10.2.1 — Drempelcriteria over de aanvrager Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)

Drempelcriteria over de aanvrager

D1. De aanvrager is een internationaal opererende (i.e., voert activiteiten uit in meerdere landen) maatschappelijke organisatie (CSO/NGO).

D2. De aanvrager dient de aanvraag in als zelfstandige aanvrager, niet namens een alliantie.

D3. Minimaal 60% van de jaarlijkse gemiddelde uitgaven van de aanvrager in de periode 2020–2022 richt zich op de beleidsthema’s die centraal staan in dit subsidieprogramma: veiligheid voor mensen en gemeenschappen, en/of vredesopbouw en conflictbemiddeling.

D4. De aanvrager heeft minimaal 10 jaar (in ieder geval de periode 2013–2022) ervaring met het implementeren van activiteiten (inclusief beleidsbeïnvloeding) gericht op het beleidsthema waarvoor de aanvrager subsidie aanvraagt (veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of vredesopbouw en conflictbemiddeling) in fragiele staten en conflictgebieden (inclusief V&R-focuslanden).

D5. In de periode 2020–2022 was gemiddeld ten minste 25% van het totale jaarinkomen van de aanvrager afkomstig uit andere bronnen dan directe subsidies en/of bijdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (inclusief ambassades).

D6.

a) De bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van statutair in Nederland of overige EU-lidstaten gevestigde aanvragers bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar ten hoogste 205.000 euro (bruto).

18 Voor technische details over dit criterium (zoals dienstverband en componenten waaruit het bedrag is opgebouwd) wordt verwezen naar D.6 in het aanvraagformulier.

Voor aanvragers statutair gevestigd in een EU-lidstaat die niet is aangesloten bij de euro geldt dat omrekening van de lokale valuta naar de euro geschiedt op grond van de corporate rates (zie Appendix 2 bij dit subsidiebeleidskader) die door het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2023.

b) De bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van statutair in Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Japan, VS/Canada gevestigde aanvragers bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar ten hoogste:

19 Voor technische details over dit criterium (zoals dienstverband en componenten waaruit het bedrag is opgebouwd) wordt verwezen naar D.6 in het aanvraagformulier. De bezoldigingsbedragen voor organisaties in deze landen zijn aangepast op basis van de koopkrachtgegevens gepubliceerd door EUROSTAT (comparative price levels 2022), Zie: Statistics | Eurostat (europa.eu).

• Verenigd Koninkrijk | GBP 177,136

• Noorwegen | NOK 2,427,977

• Zwitserland | CHF 313,392

• Japan | YEN 28,500,537

• VS/Canada | USD 243,013

c) De bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van statutair in overige landen gevestigde aanvragers bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar ten hoogste het bedrag dat voor het land van vestiging is vermeld in de Appendix 3 bij dit subsidiebeleidskader.

20 Voor technische details over dit criterium (zoals dienstverband en componenten waaruit het bedrag is opgebouwd) wordt verwezen naar D.6 in het aanvraagformulier.

D7. De aanvrager heeft niet eerder in het kader van Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031 subsidieprogramma een aanvraag ingediend.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-11-2023
BWB-id
BWBR0048868
Versie
2023-11-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl