wetzoeker

1 — Inleiding Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)

Inleiding

Dit subsidiebeleidskader hoort bij het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 november 2023, nr. Min-BuZa.2023.20012-27 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. Dit subsidiebeleidskader bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031.

Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is gericht op de West-Afrikaanse Sahel, de Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika – regio’s waar zich momenteel enkele van de meest fragiele en door conflict getroffen staten bevinden. Gewelddadige conflicten, fragiliteit en instabiliteit hebben vaak desastreuze en zichzelf versterkende gevolgen. Landen die kampen met ernstige problemen van fragiliteit en instabiliteit blijven ver achter bij het bereiken van duurzame ontwikkeling. Data laat zien dat armoede in toenemende mate geconcentreerd is in fragiele staten: in 2030 zou tot twee derde van de extreem armen in fragiele staten kunnen leven,

3 Wereldbank: Fragility, Conflict and Violence Overview (worldbank.org)

waarbij mensen in kwetsbare en gemarginaliseerde situaties – waaronder vrouwen en jongeren – vaak het hardst worden getroffen. Om deze redenen heeft Nederland zich ten doel gesteld in deze moeilijkste regio's en landen te werken, en bij te dragen aan de opbouw van vreedzame, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen in fragiele staten via haar Veiligheid en Rechtsorde (V&R)-beleid en -programmering.

Gedurende de afgelopen jaren zijn er vele lessen geleerd met betrekking tot het werken in fragiele staten en conflictgebieden, en het versterken van de impact van V&R-inzet in deze complexe contexten.

4 Zie bijvoorbeeld: IOB 2019 Less Pretension, More Realism; Interrogating the evidence base on humanitarian localisation: a literature study; IOB 2023 Inconvenient Realities – An evaluation of Dutch contributions to stability, security and rule of law; en OESO/DAC 2023 Peer Review The Netherlands

Hoe kan ontwikkelingssamenwerking effectiever bijdragen aan het voorkomen en oplossen van conflict en instabiliteit? Het belangrijkste is dat evaluaties en studies de noodzaak onderstrepen om realistisch en bescheiden te zijn over de invloedssfeer van Nederlandse V&R-programmering in fragiele staten. Simpel gezegd is het niet realistisch om te verwachten dat er alleen als gevolg van Nederlandse V&R-inspanningen een duurzame vrede zal worden bereikt in bijvoorbeeld de Sahel regio. Duurzame vrede – of in ieder geval het uitblijven van een verdere verslechtering van stabiliteit – is afhankelijk van vele factoren, waarvan de meeste gerelateerd zijn aan internationale, regionale en nationale politieke machtsverhoudingen en belangen die buiten de directe invloedssfeer van het Nederlandse V&R-portfolio liggen. Nederland is een van de vele actoren die zich bezighouden met V&R in dit soort contexten en om die reden is beleidsbeïnvloeding gericht op nationale, regionale en internationale belanghebbenden een integraal onderdeel van het bereiken van de Nederlandse V&R-doelstellingen.

Evaluaties onderstrepen dat de manier waarop V&R-activiteiten zijn opgezet in veel gevallen te top-down en te weinig flexibel is geweest om goed te kunnen inspelen op de complexe en snel veranderende contexten van fragiele staten. V&R-activiteiten – met inbegrip van beleidsbeïnvloeding – zijn in deze situaties het meest relevant en effectief als ze lokaal geleid en adaptief zijn. Bovendien kan de manier waarop beleid en programmering elkaar aanvullen worden verbeterd. Dit kan door versterken van de learning loop waarbij lessen die geleerd worden tijdens de uitvoering van programma’s worden gebruikt voor verdere beleidsontwikkeling, en beleidsveranderingen worden vertaald in programma aanpassingen.

Verder blijkt uit evaluaties dat de financiering van V&R-activiteiten in veel gevallen te gefragmenteerd is geweest: middelen waren te veel versnipperd over een groot aantal kleine en geografisch verspreide activiteiten. Zowel de budgetten als de periode waarin projecten werden uitgevoerd waren te beperkt en sloten niet aan bij de hoge ambities van het V&R-beleid en bij de complexe en dynamische omgevingen waarin ze werden uitgevoerd. Concreet betekent dit dat er scherpere en realistischere doelstellingen moeten worden geformuleerd en dat er meer ruimte moet komen voor lange termijn inzet, waarin leren en tussentijds bijsturen van de inzet een meer prominente rol krijgt.

Wat het beheer van het V&R-portfolio betreft heeft Nederland er bewust voor gekozen om een onderscheid te maken tussen gecentraliseerde en gedecentraliseerde programmering. Om te komen tot betere en meer contextgevoelige resultaten, is diepgaande en grondige landen-specifieke kennis van fragiele staten en conflictgebieden nodig. Daarom heeft Nederland zich ten doel gesteld om ten minste twee derde van het beschikbare V&R-budget naar de Nederlandse ambassades in V&R-focuslanden te delegeren. De ambassades ondersteunen de programmering van dit budget, dat leidt tot landen-specifieke resultaten. Het resterende V&R-budget wordt gebruikt om programma's te ondersteunen die het individuele landenniveau overstijgen. Deze programma’s worden centraal beheerd (vanuit Den Haag) en zijn bij voorkeur meerjarig, hebben een groter budget en leiden tot uitkomsten met een sterke regionale en/of internationale beleidsbeïnvloedende component. Dit zijn programma's die de tijd hebben om effecten te sorteren op het bredere thematische gebied, waardoor de kennis van thematische kwesties en van uitvoeringsmethoden in fragiele staten en conflictgebieden wordt vergroot. Het voorliggende Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma wordt gefinancierd uit het centrale V&R-budget. De toegevoegde waarde van de toekomstige activiteiten die met behulp van dit subsidieprogramma worden uitgevoerd wordt dan ook gezocht in resultaten die de op landenniveau behaalde resultaten overstijgen, en (in de toekomst) breder toepasbaar zijn (i.e., ook in andere landen).

Het subsidieprogramma is ontwikkeld met de hierboven genoemde lessen in gedachten. Hierin zijn de volgende elementen vernieuwend ten opzichte van eerdere subsidieprogramma’s op het terrein van V&R:

• Gericht op het langduriger ondersteunen van organisaties die gespecialiseerd zijn op de relevante beleidsthema’s, waarbij vertrouwen in de kennis en kunde van de organisaties voorop staat (sturing op outcome niveau); • Nadruk op inzet waarin leren en het tussentijds bijsturen van de inzet centraal staat (adaptief programmeren); • Nadruk op lokaal geleide inzet, zowel qua ontwikkeling van de inzet (design) als qua uitvoering; • Nadruk op het versterken van beleidsbeïnvloeding gebaseerd op inzichten die voortkomen uit de uitvoering van activiteiten op landenniveau (learning loop tussen beleid en resultaten van programmering); • Nadruk op resultaten die het landenniveau overstijgen (geen sturing op landenniveau); • Nadruk op resultaten die binnen de span of control van de aanvragers ligt (bescheidenheid en realisme).

Deze elementen worden verder uitgewerkt in de volgende hoofdstukken.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-11-2023
BWB-id
BWBR0048868
Versie
2023-11-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl