wetzoeker

Overeenstemmingsprocedure (volgens uitvoeringsbeleid bij RvIG optredend namens de Minister van BZK als signalerende instantie) Aanpassing circulaire ex artikel 24, onder b, Paspoortwet betreffende signaleringsprocedure vermoeden misbruik reisdocumenten

Op grond van de registratie in het RPS kan een verstrekkende instantie

21 Dit is een autoriteiten die bevoegd is tot het verstrekken, weigeren of vervallen verklaren van reisdocumenten (zie artikel 44, eerste lid, in samenhang met artikel 40 van de Paspoortwet). Meestal zijn dit burgemeesters of het Ministerie van Buitenlandse Zaken

besluiten een aangevraagd paspoort

22 Naast paspoorten kunnen ook de andere in artikel 2 van de Paspoortwet genoemde reisdocumenten (zoals een reisdocument voor vreemdelingen of een reisdocument voor vluchtelingen) aan een gesignaleerde worden geweigerd dan wel worden ingehouden en vervallen verklaard. Een belangrijke uitzondering vormt de Nederlandse identiteitskaart: deze kan niet vervallen worden verklaard en uitsluitend worden geweigerd bij een signalering op grond van artikel 23b Paspoortwet (zie artikel 46a, eerste lid, Paspoortwet). Dit hangt onder meer samen met de in Nederland geldende wettelijke identificatieplicht. Personen die gesignaleerd staan op grond van artikel 23b Paspoortwet komen in aanmerking voor een “vervangende Nederlandse identiteitskaart”; deze kan nooit geweigerd of vervallen verklaard worden (zie artikel 46a, tweede lid, Paspoort wet).

te weigeren of een ingehouden paspoort vervallen te verklaren (artikel 45 van de Paspoortwet). Alvorens de verstrekkende instantie een dergelijk besluit neemt, overtuigt hij zich er terstond van of de gronden die hebben geleid tot die registratie nog bestaan (artikel 44, tweede lid, Paspoortwet).

Indien de gronden nog blijken te bestaan, wordt de gesignaleerde op grond van art. 44, vierde lid, Paspoortwet, in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken te verzoeken om het genoemde besluit aan te houden om zo binnen acht weken overeenstemming te kunnen bereiken met RvIG

23 RvIG is de uitvoerende instantie namens de Minister van BZK. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor een signalering op grond van artikel 24, onder b, Paspoortwet.

.

Bij de behandeling van een verzoek tot overeenstemming dat bij RvIG terecht komt bij signalering op grond van artikel 24, onderdeel b, vindt enerzijds een herbeoordeling plaats van de vermelding in het RPS en beoordeelt RvIG anderzijds of sprake is van een zwaarwegend belang. Onder een zwaarwegend belang wordt verstaan: een belang van een gesignaleerde om in het bezit te worden gesteld van een paspoort dat -in verhouding tot de gronden voor signalering- zodanig zwaarwegend is dat in redelijkheid niet tot weigering of vervallenverklaring van een paspoort kan worden overgegaan. Daarbij moet dus een afweging worden gemaakt tussen enerzijds het belang dat de gesignaleerde heeft bij verstrekking van een paspoort en anderzijds de gronden die hebben geleid tot signalering in het RPS.

De gesignaleerde en de verstrekkende instantie worden in kennis gesteld van de uitkomst van de overeenstemmingsprocedure.

Regeling
Aanpassing circulaire ex artikel 24, onder b, Paspoortwet betreffende signaleringsprocedure vermoeden misbruik reisdocumenten
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-10-2023
BWB-id
BWBR0048787
Versie
2023-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl