wetzoeker

Artikel 4.2 Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2025–2028

Verplichtingen en verantwoording

1 De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 mei een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

2 De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

3 De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting.

4 De financiële verantwoording van aanvragers die een subsidie van minstens € 160.001 per jaar ontvangen, dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.

5 Voor het bepalen van het toepasselijke verantwoordingsregime geldt als peildatum de datum waarop het besluit op de aanvraag is genomen.

6 Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

Regeling
Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2025–2028
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
17-10-2023
BWB-id
BWBR0048742
Versie
2023-10-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl