wetzoeker

8 — Beschikbare middelen en de verdeling daarvan Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027)

Beschikbare middelen en de verdeling daarvan

Voor subsidieverlening in het kader van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 is in totaal EUR 60 miljoen beschikbaar voor de gehele periode van vier jaar. Uit oogpunt van doelmatigheid is gekozen voor een verdeelsystematiek die leidt tot verlening van ongeveer zeven subsidies onder dit kader, uiteraard indien en voor zover er voldoende kwalificerende aanvragen zijn.

Het beschikbare bedrag is als volgt verdeeld over de drie specifieke beleidsdoelen, met de volgende onder- en bovengrenzen per subsidie(aanvraag):

1. EUR 8 miljoen voor beleidsdoel 1 humanitaire toegang.

Hiervoor geldt per aanvraag voor de hele periode een ondergrens van EUR 3 miljoen, en een bovengrens van EUR 5 miljoen.

2. EUR 52 miljoen voor beleidsdoelen 2: anticiperende humanitaire actie bij door mensen veroorzaakte crises en 3: lokaal leiderschap d.m.v. risico- en capaciteitsdeling gezamenlijk.

Voor elk van deze twee beleidsdoelen geldt per aanvraag voor de hele periode een ondergrens van EUR 8 miljoen en een bovengrens van EUR 20 miljoen. Als een aanvraag inzet op zowel beleidsdoel twee als drie, geldt een ondergrens voor de gecombineerde aanvraag voor de hele periode van EUR 10 miljoen en een bovengrens van EUR 24 miljoen.

De verdeling van de voor Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 beschikbare middelen vindt plaats via een tender, dat wil zeggen aan de hand van een rangschikking op basis van kwaliteit van de tijdig ingediende subsidieaanvragen. Na sluiting van de indieningsperiode worden alle tijdig ontvangen aanvragen in behandeling genomen. De beoordeling wordt voor elke aanvraag gedaan op basis van de informatie die voor sluiting van de aanvraagtermijn is ontvangen.

De rangschikking van de aanvragen die de drempeltoets (zie paragraaf 12.2) hebben gehaald, wordt voor elk van de beide subsidieplafonds bepaald aan de hand van de beoordeling op grond van de inhoudelijke beoordelingscriteria die in paragraaf 12.3 van dit subsidiebeleidskader zijn vermeld. De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking, waarbij geldt dat minimaal één subsidie per beleidsdoel wordt verleend (mits er sprake is van voldoende kwalificerende aanvragen). De minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde, totdat het beschikbare budget is uitgeput.

Indien blijkt dat er te weinig kwalificerende aanvragen zijn om een van beide subsidieplafonds uit te putten, komen de daaruit resterende middelen beschikbaar voor kwalificerende aanvragen gericht op de beleidsdoel(en) waarvoor het andere subsidieplafond middelen beschikbaar stelt.

Indien in een subsidieplafond middelen resteren die minder bedragen dan bovengenoemde minimumbedragen per subsidie, wordt daarmee geen subsidie meer verleend. Ook deze middelen worden beschikbaar gesteld voor kwalificerende aanvragen ingediend onder het andere subsidieplafond. Indien deze situatie zich bij beide subsidieplafonds voordoet, worden de overgebleven middelen uit beide plafonds samengevoegd; deze middelen worden benut voor verlening van subsidie aan de kwalitatief best scorende aanvraag van de nog niet gehonoreerde aanvragen, ongeacht op welk(e) beleidsdoel(en) de aanvraag ziet en mits de aanvraag van voldoende kwaliteit is om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.

De subsidie wordt betaald via periodieke voorschotten. Ten behoeve van het laatste financieringsjaar wordt maximaal 90% van de voor dat jaar aangevraagde middelen als voorschot betaald.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-10-2023
BWB-id
BWBR0048713
Versie
2023-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl