wetzoeker

12.3 — Inhoudelijke criteria Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027)

Inhoudelijke criteria

De aanvragen die voldoen aan de drempelcriteria worden beoordeeld op kwaliteit op grond van de hierna volgende inhoudelijke criteria. Er zijn criteria die de kwaliteit van het track record beoordelen en criteria die de kwaliteit van het Programmavoorstel beoordelen, inclusief criteria die de algehele samenhang en impact van de voorgestelde interventies beoordelen. Per set van criteria is aangegeven welk percentage van het totaal aantal te behalen punten voor die criteria kan worden behaald.

A. Track Record (25% van het totaal aantal te behalen punten)

De kwaliteit van het track record wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:

1. De mate waarin de aanvrager effectieve ervaring heeft met interventies die relevant zijn voor het realiseren van de doelstellingen die door dit subsidiebeleidskader worden geadresseerd (zie hoofdstuk 4);

2. De mate waarin de aanvrager effectieve ervaring heeft met het bijdragen aan versterking of hervorming van de humanitaire sector, niet alleen binnen een of enkele crises, maar ook in de humanitaire hulpverlening wereldwijd.

B. Programmavoorstel (75% van het totaal aantal te behalen punten)

De kwaliteit van het voorgestelde programmavoorstel (inclusief interventielogica) wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:

3. De mate waarin de globale (niet landen-specifieke) probleemanalyse aansluit op het/de gekozen specifieke beleidsdoel(en) van het subsidiebeleidskader (hoofdstuk 4).

4. De mate waarin de keuze voor het/de beleidsdoel(en) waarop wordt ingezet logisch voortvloeit/en uit het Track record en het Strategisch plan of de visie/missie van de aanvrager.

5. De mate waarin de interventielogica bijdraagt aan het/de gekozen specifieke beleidsdoel(en) van het subsidiebeleidskader (hoofdstuk 4), blijkend uit de:

– aansluiting op de probleemanalyse;

– beoogde outcomes en outputs (met succescriteria of indicatoren);

– beoogde wisselwerking en complementariteit tussen inspanningen op lokaal/nationaal en regionaal/mondiaal niveau;

6. De mate waarin de met de voorgestelde interventies op te bouwen kennis en/of te ontwikkelen werkwijzen ook na beëindiging van het programma toegepast kunnen worden, c.q. effect zullen blijven sorteren.

7. De mate waarin de risico’s voor de voorgestelde interventies in kaart zijn gebracht en deze zijn voorzien van adequate mitigerende maatregelen.

8. De mate waarin de besluitvormingsmechanismen t.a.v. de activiteiten die op het moment van indiening nog niet precies kunnen worden ingevuld borg staan voor een kwalitatief goede realisatie van de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

9. De mate waarin de systematiek voor Monitoren, Evalueren en Leren (MEL), toereikend is voor het bewaken van de voortgang en de bijsturing t.a.v. middelen, activiteiten, outputs, outcomes en onderliggende aannames.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-10-2023
BWB-id
BWBR0048713
Versie
2023-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl