wetzoeker

3.2 — Toezicht op milieuschadeafspraken Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken

Toezicht op milieuschadeafspraken

22. Milieuschadeafspraken zijn voor de ACM afspraken die een efficiënte bijdrage leveren aan de naleving van een internationale of nationale norm of het bereiken van een concreet beleidsdoel ter voorkoming van milieuschade. Daarbij kan milieuschade worden omschreven als schade aan het milieu bij de productie, het transport en de consumptie van goederen of diensten. Milieuschade ontstaat bijvoorbeeld door de uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen en door het verspillen van grondstoffen. De schade die hierdoor ontstaat, die niet in de prijs is inbegrepen, noemen we negatieve externe effecten. Deze schade vertaalt zich bijvoorbeeld in de opwarming van de atmosfeer, een geringere biodiversiteit en/of een minder gezonde leefomgeving. Milieuschade impliceert ook een inefficiënt gebruik van schaarse natuurlijke hulpbronnen (common resources). Wanneer ondernemingen door samen te werken milieuschade verminderen of voorkomen, genereren zij daarom een voordeel. Dergelijke afspraken kunnen nodig zijn om de milieuvoordelen te behalen, welke per definitie toekomen aan een grotere groep dan alleen de consumenten van de producten. Afhankelijk van het type schade dat wordt voorkomen kan het voordeel worden genoten door iedereen in een bepaalde regio, land of zelfs in de gehele wereld (zoals het geval is bij de reductie van CO2-uitstoot).

23. Gelet op het belang om milieuschade te voorkomen en de rol die samenwerking tussen bedrijven daarbij kan spelen acht de ACM het niet opportuun om nader onderzoek te doen naar een milieuschadeafspraak als uit voorlopig onderzoek blijkt dat het aannemelijk is dat de afspraak noodzakelijk is om de milieuvoordelen te behalen en dergelijke voordelen voldoende opwegen tegen de mogelijke nadelen voor de mededinging. Het is daarbij belangrijk dat de consumenten in de relevante markt een merkbaar en objectief aandeel van de voordelen ontvangen. Dat betekent in ieder geval dat de consumenten tot de groep moeten behoren die profiteert van de voordelen van de afspraak. Verder dient sprake te zijn van restconcurrentie. Bij het voorgaande wordt rekening gehouden met het ‘vervuiler betaalt’-beginsel

14 Artikel 191, lid 2, VWEU. De ACM wijst ook op artikel 3 VEU, 11 VWEU en randnummer 2 van dit document.

en het beginsel van een effectieve handhaving van artikel 101 VWEU door de ACM en de andere leden van het Europese mededingingsnetwerk (ECN).

24. Milieuschadeafspraken die hieraan voldoen dienen het maatschappelijk belang door bij te dragen aan de doelen zoals genoemd in randnummer 2. Dit versterkt het vertrouwen van mensen en bedrijven in de goede werking van markten en draagt bij aan de missie van de ACM.

Regeling
Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-10-2023
BWB-id
BWBR0048693
Versie
2023-10-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl