wetzoeker

2.1 — Categorie I zaken (benadelingsbedrag is lager dan € 50.000) Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude

Categorie I zaken (benadelingsbedrag is lager dan € 50.000)

In beginsel worden zaken van de eerste categorie bestuursrechtelijk afgedaan. Als er sprake is van één of meer van de onderstaande wegingscriteria dienen zaken te worden voorgelegd aan het OM ter beoordeling of deze alsnog strafrechtelijk moeten worden afgedaan.

Wegingscriteria

a. Combinatie sociale zekerheidsfraude met andere strafbare feiten

b. Status verdachte en/of voorbeeldfunctie

c. Recidive

d. Thematische aanpak

e. Bestuurlijk optreden is niet mogelijk

f. Georganiseerd crimineel verband

a. Combinatie sociale zekerheidsfraude met andere strafbare feiten

De combinatie van sociale zekerheidsfraude met fiscale, economische en/of commune delicten weegt mee bij de beoordeling of een zaak strafrechtelijk dient te worden opgepakt. Hierbij kan worden gedacht aan een breed scala aan fiscale, economische en commune delicten die de wetgever strafbaar heeft gesteld ten einde andere rechtsbelangen te beschermen. Indien hiervan sprake is, dan kan vanwege de ernst van de feiten een strafrechtelijke afdoening geïndiceerd zijn.

b. Status en/of voorbeeldfunctie verdachte

Het gaat hierbij om situaties waarin de verdachte regionaal of landelijk een maatschappelijk aansprekende of bekende persoon is. Het kan hierbij ook gaan om personen die een openbaar ambt bekleden (burgemeesters, wethouders, politieke vertegenwoordigers, notarissen), om personen die beroepsmatig invloed hebben op het handelen van derden of op de financiële integriteit van geldstromen (advocaten, adviseurs, accountants, bankiers, effectenhandelaars) of om ambtenaren (zoals een medewerker van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) of gemeentelijke uitkeringsinstantie die bij de fraude betrokken is).

c. Recidive

Tegen een persoon die zich binnen een periode van vijf jaar een tweede keer of vaker schuldig heeft gemaakt aan sociale zekerheidsfraude kan een strafrechtelijk onderzoek worden ingesteld, ongeacht de hoogte van het benadelingsbedrag. Het startpunt van de termijn is de datum van oplegging van de eerste bestuurlijke of strafrechtelijke boete of maatregel. Of de bestuurlijke boete(s) of strafrechtelijke boete(s) of maatregel(en) onherroepelijk zijn op het moment van het plegen van de (herhaalde) sociale verzekeringsfraude is onderdeel van het afwegingskader bij het bepalen of strafrechtelijk of bestuursrechtelijk gevolg gegeven wordt.

d. Thematische aanpak

Een strafrechtelijke aanpak in zaken met een benadelingsbedrag lager dan € 50.000, waarbij een (inbare) bestuurlijke boete of een maatregel mogelijk is, is tevens geïndiceerd als de bestuurlijke boete onvoldoende bijdraagt om de (vooraf gestelde) duidelijke doelen en beoogde effecten te behalen van een (vooraf gezamenlijk door het OM en de betrokken organisatie(s) bepaalde) thematische en/of persoonsgerichte aanpak. De inzet van het strafrecht moet bijdragen aan het behalen van deze doelen en effecten.

e. Bestuurlijk optreden is niet mogelijk

De zaak kan strafrechtelijk worden opgepakt als bestuurlijk optreden niet mogelijk is. Het UWV kan bijvoorbeeld niet bestuurlijk optreden bij een gefingeerd dienstverband.

f. Georganiseerd crimineel verband

Wanneer de verdenking bestaat dat een groep van meer dan twee personen zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van sociale zekerheidsfraude, en er ten aanzien van het plegen van die fraude, onderlinge verbanden of afspraken lijken te bestaan, is een strafrechtelijke optreden geïndiceerd. Hieronder wordt in het bijzonder begrepen de situatie dat een ambtenaar (bijvoorbeeld een medewerker van een uitvoeringsorganisatie) sociale zekerheidsfraude pleegt.

Regeling
Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2023
BWB-id
BWBR0048643
Versie
2023-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl