wetzoeker

2 — bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude

bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving

Sociale zekerheidsfraude kan in de meeste gevallen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gesanctioneerd.

Op grond van het rechtsbeginsel ne bis in idem vervalt de bevoegdheid tot strafvervolging indien voor hetzelfde feit een bestuurlijke boete is opgelegd.

Andersom vervalt op grond van artikel 5:44 lid 3 onder a van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete wanneer voor hetzelfde feit strafvervolging is ingesteld of een strafbeschikking is uitgevaardigd.

Als het Openbaar Ministerie (OM) besloten heeft tot vervolging over te gaan, sluit dat opleggen van een bestuurlijke boete daarna de facto uit. Bij een technisch sepot of een onvoorwaardelijk beleidssepot geldt dat niet omdat dat beslissingen zijn om niet tot strafvervolging over te gaan.

Gelet op het una via-beginsel dient in elke zaak een keuze gemaakt te worden tussen één van beide stelsels.

Om richting te geven aan de una via-beslissing worden de volgende twee categorieën zaken onderscheiden:

1. zaken waarin het benadelingsbedrag lager is dan € 50.000 (hierna: categorie I zaken) en

2. zaken waarin het benadelingsbedrag hoger of gelijk is aan € 50.000 (hierna: categorie II zaken).

Regeling
Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2023
BWB-id
BWBR0048643
Versie
2023-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl