7 — Beoordeling en verdeling beschikbare middelen Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030
Beoordeling en verdeling beschikbare middelen
De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van het subsidieprogramma. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in het subsidieprogramma zijn neergelegd.
Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te voldoen aan de hiervoor, in het bijzonder in paragraaf 4 tot en met 6, opgenomen vereisten. Slechts de aanvragen die daaraan voldoen worden inhoudelijk beoordeeld op kwaliteit aan de hand van de hierna volgende criteria, waaraan eveneens (in voldoende mate; minimaal 60 punten van de maximaal 100 totaal te behalen punten en ten minste 40% van het totaal aantal punten per set van criteria) moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Per doellocatie komt de aanvrager die het beste aan de criteria voldoet als eerste in aanmerking voor subsidie, daarna de aanvrager die als tweede in de beoordeling is geëindigd.
De volgende criteria zijn van toepassing, waarbij per set van criteria het maximale aantal te behalen punten is aangegeven:
Beleidsbijdrage en impact (20 punten)
a. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan het ontwikkelen en stimuleren van innovaties in de lokale context.
b. De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de lokale beleidsprioriteiten op het gebied van private sector ontwikkeling van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in/behorende bij de betreffende doellocatie.
c. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan het verbeteren van de kennis van de lokale doelgroep en het verbeteren van de toegang tot financiering voor de lokale doelgroep.
d. De mate waarin de activiteiten additioneel zijn ten opzichte van andere bestaande activiteiten gericht op het bieden van toegang tot financiering voor de lokale doelgroep.
Interventiestrategie/plan van aanpak (35 punten)
a. De mate waarin de binnen de activiteiten vormgegeven interventie is gebaseerd op een gedegen en accurate context-, stakeholder- en probleemanalyse.
b. De mate waarin er een gedegen plan is voor monitoring, effectmeting en leren van de activiteiten.
c. De mate waarin er een gedegen plan is voor de afstemming met het OCIAC en/of andere incubatie / acceleratie programma.
d. De mate waarin er een gedegen plan is voor de selectie van ondernemers uit het OCIAC en/of andere incubatie / acceleratie programma.
e. De mate waarin er een gedegen plan is voor het verstrekken van Track I en Track II kapitaal, het organiseren van Technical Assistance en het ondersteunen van de innovaties in het verkrijgen van (commerciële) vervolg financiering.
f. De mate waarin er sprake is van een helder plan van aanpak rondom de coördinatie en communicatie (intern en extern) over de activiteiten.
g. De mate waarin er gezocht wordt naar aansluiting op activiteiten vanuit de lokale financiële sector en de mate waarin er een gedegen plan is om tot kennisuitwisseling met dergelijke actoren te komen.
h. De mate waarin er sprake is van een duidelijke en duurzame lange termijn (business) visie (exit strategie).
Investeringsmanagement (20 punten)
De mate waarin de aanvrager beschikt over de volgende ervaring of competenties:
– met het managen van een (investerings)fonds;
– met het doen van investeringen in startende ondernemingen;
– met impactmanagement en -meting;
– het hebben van een relevant netwerk;
– het begrip hebben van de lokale context;
– het hebben van aantoonbare affiniteit met investeren in innovatieve ondernemingen;
– het hebben van een solide reputatie als fondsmanager;
Financieel (15 punten)
a. De mate van redelijkheid van de kosten in de begroting;
b. De mate waarin de impact van de activiteiten in kwalitatief en kwantitatief opzicht opwegen tegen de kosten die hiervoor worden gemaakt.
IMVO en uitvoeringsrisico’s (10 punten)
In aanvulling op de randvoorwaarde dat de aanvrager moet voldoen aan de OESO-richtlijnen:
a. De mate waarin de aanvrager aantoont dat de activiteiten bijdragen aan IMVO en een positieve bijdrage leveren aan milieu, arbeidsomstandigheden en land- en mensenrechten;
b. De mate waarin de belangrijkste IMVO risico’s in kaart zijn gebracht en er maatregelen zijn geformuleerd om de belangrijkste IMVO risico’s te mitigeren.
c. De mate waarin sprake is van adequaat risicomanagement, bestaande uit een adequate risicoanalyse en adequate mitigerende maatregelen.
Ter ondersteuning van de beoordeling kan RVO verificatieactiviteiten uitvoeren ter controle van de in de aanvraag gemaakte aannames en stellingnames. Een referentieonderzoek kan hier deel van uitmaken. Tevens kan door verificatie informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag verzameld worden.
RVO kan tijdens de inhoudelijke beoordeling ook advies inwinnen bij externe experts. De Ambassades van het Koninkrijk der Nederlanden worden altijd gevraagd deel te nemen aan de beoordeling van de aanvragen, in het bijzonder de factoren betreffende de aansluiting van de aanvragen op hun beleid en de inbedding in de lokale context.
- Regeling
- Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 23-04-2026
- BWB-id
- BWBR0048636
- Versie
- 2026-04-23_0