wetzoeker

Subsidieregeling uitvoeringskosten waterschappen Wet open overheid

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 juli 2023, nr. 2023-0000417918, houdende regels voor de subsidiëring van de waterschappen ter tegemoetkoming in de kosten voor de uitvoering van de Wet open overheid (Subsidieregeling uitvoeringskosten waterschappen Wet open overheid)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-09-2023
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0048595
Versie
2023-09-02_0
SHA-256 bron
f37cf9646c04c80d531e876532855304e90981ac4a4a300449ce0b152eb74224

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Bijlage bij artikel 3

1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 De minister verstrekt een subsidie aan een waterschap ter tegemoetkoming in de kosten van de uitvoering van de Wet open overheid.

2 De subsidie wordt voor vijf boekjaren verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt per boekjaar ten hoogste het bedrag zoals opgenomen in de tabel in de bijlage bij deze regeling.

2 — De subsidieverlening

Artikel 4

1 Een waterschap dient de aanvraag tot subsidieverlening in voor 9 oktober 2023.

2 Door de aanvrager gemaakte kosten vóór indiening van de aanvraag komen voor subsidie in aanmerking indien de kosten niet eerder zijn gemaakt dan 1 januari 2023. Deze kosten vallen onder het subsidiebedrag voor het eerste boekjaar.

3 De aanvraag hoeft geen weergave te bevatten van de liquiditeitsbehoefte als bedoeld in artikel 11, derde lid, onderdeel e, van het Kaderbesluit BZK-subsidies.

2 — De subsidieverlening

Artikel 5

Indien een subsidie als bedoeld in artikel 2 € 125.000 of meer is, zijn de regels in artikel 17 van het Kaderbesluit BZK-subsidies inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing.

3 — De subsidievaststelling

Artikel 6

De aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies.

4 — Voorschotverlening

Artikel 7

1 De minister verstrekt een voorschot per boekjaar.

2 Het voorschot voor een boekjaar is gelijk aan 100 procent van de voor dat jaar verleende subsidie.

3 Een voorschot wordt verstrekt in januari van het betreffende boekjaar. Het voorschot voor het eerste boekjaar wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening uitbetaald.

4 De minister kan een voorschot een maand later verstrekken, indien de waterschappen hiervan in kennis zijn gesteld.

5 — Slotbepalingen

Artikel 8

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2023.

2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

5 — Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling uitvoeringskosten waterschappen Wet open overheid.

Bijlage — Subsidieplafond per waterschap › Bijlage bij artikel 3

Bijlage bij artikel 3

subsidieplafonds per jaar 2023 en 2024 | subsidieplafonds per jaar 2025 t/m 2027

Waterschap

Aa en Maas | € 135.085 | € 158.978

Amstel, Gooi en Vecht | € 181.390 | € 213.474

Brabantse Delta | € 143.113 | € 168.427

De Dommel | € 127.597 | € 150.166

De Stichtse Rijnlanden | € 138.824 | € 163.379

Delfland | € 197.292 | € 232.189

Drents Overijsselse Delta | € 132.325 | € 155.731

Fryslân | € 150.131 | € 176.687

Hollands Noorderkwartier | € 193.466 | € 227.686

Hollandse Delta | € 166.368 | € 195.795

Hunze en Aa’s | € 112.328 | € 132.197

Limburg | € 154.303 | € 181.596

Noorderzijlvest | € 105.059 | € 123.642

Rijn en IJssel | € 122.375 | € 144.021

Rijnland | € 184.946 | € 217.659

Rivierenland | € 172.746 | € 203.301

Scheldestromen | € 118.442 | € 139.392

Schieland en de Krimpenerwaard | € 117.869 | € 138.717

Vallei en Veluwe | € 146.733 | € 172.687

Vechtstromen | € 136.500 | € 160.644

Zuiderzeeland | € 109.799 | € 129.220