wetzoeker

4 — Regeling integrale belastingplicht Besluit belastingplicht van stichtingen en verenigingen

Regeling integrale belastingplicht

Stichtingen, verenigingen en andere lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, Wet Vpb 1969 zijn slechts belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting indien en voor zover zij een onderneming drijven. Daardoor kan er binnen het lichaam sprake zijn van een belast ondernemingsdeel en een onbelast niet-ondernemingsdeel. Gevolg hiervan is dat uitgaven die niet zijn gedaan in het kader van de onderneming niet in mindering op de winst kunnen worden gebracht. Gedeeltelijk belastingplichtige stichtingen en verenigingen die zijn aangemerkt als culturele ANBI,

15 Artikel 5b, vierde en zesde lid, AWR.

kunnen evenwel onder door Onze Minister te stellen voorwaarden opteren voor integrale belastingplicht (artikel 2, tiende lid, Wet Vpb 1969). Door te opteren voor integrale belastingplicht kunnen de resultaten behaald met de niet-ondernemingsactiviteiten worden gesaldeerd met de resultaten behaald met de ondernemingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, juncto artikel 4 Wet Vpb 1969. De keuze voor integrale belastingplicht heeft namelijk tot gevolg dat het gehele vermogen van de betreffende stichting wordt geacht ondernemingsvermogen te zijn.

Regeling
Besluit belastingplicht van stichtingen en verenigingen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
24-08-2023
BWB-id
BWBR0048564
Versie
2023-08-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl