wetzoeker

Paragraaf 6 Onderlinge regeling ‘Programma Stimuleren van Studeren in de Caribische Landen van het Koninkrijk en in de regio’

Afronding Samenwerkingsprotocollen

1. Onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten leggen ieder uiterlijk op 1 april 2024 algehele eindverantwoording af over besteding van de middelen die zij ieder in de afgelopen jaren van Nederland hebben ontvangen voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in de Samenwerkingsprotocollen en deze bevat:

a. het inhoudelijk verslag dat de resultaten en impact van iedere activiteit uit het activiteitenplan beschrijft;

b. het financiële verslag dat is voorzien van een accountantsverklaring van een onafhankelijke, erkende registeraccountant die verklaart of de middelen rechtmatig zijn besteed en of aan alle toepasselijke regelgeving is voldaan.

2. Uiterlijk op 1 juli 2024 stelt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van Nederland vast of eindverantwoording van de toegekende bedragen voldoet aan de in het betreffende samenwerkingsprotocol gestelde eisen.

3. Indien de registeraccountant voor onderscheidenlijk Aruba, Curaçao of Sint Maarten verklaart dat middelen onrechtmatig zijn besteed of dat niet aan de toepasselijke regelgeving is voldaan, zendt het betreffende land uiterlijk een maand na deze verklaring aan Nederland een plan van aanpak hoe wel aan de eisen kan worden voldaan.

4. Het betreffende land herstelt de onrechtmatigheid binnen maximaal zes maanden en informeert Nederland hierover.

5. Middelen die niet, niet conform het betreffende samenwerkingsprotocol of de van toepassing zijnde regelgeving zijn besteed, of waarvoor geen nieuwe bestemmingsafspraken zijn gemaakt, worden de eerstvolgende keer dat er weer middelen ter beschikking worden gesteld voor dit programma op die middelen in mindering gebracht of door Nederland teruggevorderd.

6. Indien de activiteiten als opgenomen in een activiteitenplan ondanks de beschikbaarstelling van middelen niet zijn uitgevoerd, of verplichtingen van het betreffende samenwerkingsprotocol niet zijn nagekomen, geeft Nederland een termijn om deze alsnog uit te voeren of na te komen.

7. Indien deze activiteiten zonder rechtvaardige reden niet zijn uitgevoerd, of verplichtingen zonder rechtvaardige reden niet zijn nagekomen, kan Nederland besluiten dat het betreffende land niet in aanmerking komt voor de beschikbaarstelling van middelen voor een bepaald boekjaar tijdens de looptijd van deze onderlinge regeling en besluiten om de toedeling van betreffende middelen aan een of beide andere landen toe te kennen, mits zij hun verplichtingen volledig en tijdig zijn nagekomen.

8. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van Nederland bevestigt per brief aan onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten als het betreffende samenwerkingsprotocol geheel is afgerond.

Regeling
Onderlinge regeling ‘Programma Stimuleren van Studeren in de Caribische Landen van het Koninkrijk en in de regio’
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2023
BWB-id
BWBR0048432
Versie
2023-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl