wetzoeker

4.2 — Toelichting op het model voor de exploitatierekening Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2023

Toelichting op het model voor de exploitatierekening

Het is niet toegestaan van model II (zie paragraaf 3.2) af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften. Aan de batenkant wordt onderscheid gemaakt tussen opbrengsten en subsidies/bijdragen. Onder die laatste categorie worden de subsidies/bijdragen van andere overheden en/of bijdragen van particulieren begrepen. Opbrengsten kunnen worden beschouwd als eigen inkomsten. De lasten worden onderscheiden naar apparaatskosten en activiteitenlasten. Hieronder volgt een nadere uitleg van genoemde posten.

Begrotingskolom

Cijfers in de kolom ‘Begroting’ stemmen overeen met de meerjarenbegroting die de Staatssecretaris van OCW heeft goedgekeurd. Voor een goed inzicht worden de materiële verschillen tussen de opgenomen begroting en de realisatie toegelicht.

Het kan voorkomen dat in de loop van de periode substantiële wijzigingen in de jaarbegroting optreden ten opzichte van de door OCW goedgekeurde begroting. In dat geval hanteert het Stimuleringsfonds de meest recente, door het bestuur goedgekeurde, jaarbegroting als referentiepunt en licht het de belangrijkste afwijkingen (groter dan 10%) van de door de Staatssecretaris goedgekeurde begroting toe.

Baten

Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Opbrengsten’, ‘Bijdragen OCW’, ‘Subsidies OCW’ en ‘Overige subsidies/bijdragen’. De opbrengsten worden gesplitst naar directe en indirecte opbrengsten.

a. Directe opbrengsten:

Onder de directe opbrengsten worden alle inkomsten die in enige relatie staan tot de kernactiviteiten verantwoord. Onderscheid wordt gemaakt tussen ‘Lager vastgestelde subsidies’, ‘Ingetrokken subsidies’ en ‘Overige inkomsten’. Deze opbrengsten dienen afzonderlijk als opbrengsten te worden verantwoord en mogen niet gesaldeerd worden met de activiteitenlasten. Onder de opbrengsten uit lager vastgestelde subsidies worden alle bedragen verantwoord die lager zijn vastgesteld dan het bedrag van de oorspronkelijk verleende subsidie. De ingetrokken subsidies worden afzonderlijk verantwoord. Een ingetrokken subsidie wordt juridisch aangemerkt als niet verleende subsidie, zodat de middelen hiervan in de subsidieperiode beschikbaar blijven voor te verlenen subsidies.

b. Indirecte opbrengsten:

Indirecte opbrengsten zijn opbrengsten die geen of een indirecte relatie hebben met de kernactiviteiten van het Stimuleringsfonds. Hier worden baten verantwoord, zoals verhuur van onroerend goed of vergoedingen voor het uitlenen van personeel.

Zie ook de opmerking onder ‘Saldo bijzondere baten/lasten’.

c. Bijdragen OCW:

De bijdrage OCW wordt verantwoord als bate voor het verleende bedrag.

d. Subsidies OCW:

Het bestede deel van projectsubsidie wordt verantwoord als bate. Het niet bestede deel van de subsidies/bijdragen neemt het Stimuleringsfonds op de balans op onder de kortlopende/langlopende schulden.

N.B. Loonkostensubsidies saldeert het Stimuleringsfonds met de loonkosten.

e. Overige subsidies/bijdragen:

Onder ‘Overige subsidies/bijdragen’ wordt een opsomming gegeven van alle overige subsidies en bijdragen, onderverdeeld naar herkomst van de middelen.

Lasten

Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Apparaatskosten’ (personeelslasten en materiële lasten) en ‘Activiteitenlasten’ uitgesplitst naar programma’s en projecten (personeel en materieel), verleende subsidies en overige activiteitenlasten.

a. Apparaatskosten:

Onder ‘apparaatskosten’ wordt verstaan: alle uitgaven voor personeel en materieel die nodig zijn om de organisatie te doen functioneren. Ze worden ook wel gedefinieerd als ‘alles behalve de uitgaven aan activiteiten’. De apparaatskosten worden uitgesplitst in personeelslasten en materiële lasten.

– Personeelslasten:

Tot de personeelslasten worden gerekend de uitgaven voor personeel voor de ondersteuning van het primaire proces. Het Stimuleringsfonds kan alle personeelskosten die verbonden zijn aan subsidieverlening en advisering over subsidieaanvragen als personeelslasten verantwoorden. De uitgaven voor personeel voor de ondersteuning van programma’s en projecten, die separaat worden bekostigd, worden verantwoord onder de Programma’s en Projecten. Personele lasten omvatten tenminste de bruto salarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld, kosten pensioenpremie en kosten inhuur. Het Stimuleringsfonds dient de personele lasten toe te lichten in overeenstemming met de toelichtingsvereisten in RJ 640.413 en RJ 271 Personeelsbeloningen (waaronder paragraaf 7, vereisten voor WNT).

– Materiële lasten:

Onder de materiële lasten vallen zaken als huisvesting, kantoorkosten, algemene publiciteitskosten en afschrijvingskosten (de bedrijfsvoering).

b. Activiteitenlasten:

– Programma’s en projecten:

Het Stimuleringsfonds kan hier alle apparaatskosten en verleende project- of programmasubsidies verantwoorden die verbonden zijn aan programma’s of projecten waarvoor het Stimuleringsfonds separate subsidie (o.a. voor activiteiten in het kader van onderzoeksjournalistiek) ontvangt. In de toelichting dient het Stimuleringsfonds deze kosten te specificeren per project in geval deze separaat verantwoord en afgerekend moeten worden.

Het Stimuleringsfonds dient per project een uitsplitsing te maken in apparaatskosten en verleende project- of programmasubsidie.

Het Stimuleringsfonds dient de wijze waarop kostentoerekening aan activiteiten plaatsvindt, in de toelichting te vermelden (RJ 640.412).

– Verleende subsidies:

In de toelichting op de exploitatierekening maakt het Stimuleringsfonds onderscheid tussen de verleende subsidies (o.a. in de vorm van uitkeringen) aan de (activiteiten)regelingen en de verleende project- of programmasubsidies, waarvoor geen separate (project)subsidie is ontvangen.

– Overige activiteitenlasten:

Onder overige activiteitenlasten worden gerekend andere activiteiten dan die direct samenhangen met de subsidieverlening en advisering over subsidieaanvragen. Dit kan bijvoorbeeld een symposium zijn, een tentoonstelling of een onderzoek.

Aandachtspunten:

a. Alle subsidies die zonder voorbehoud zijn verleend, worden verantwoord onder ‘Activiteitenlasten’ ten laste van het boekjaar waarin het Stimuleringsfonds de subsidie heeft verleend, ongeacht het jaar waarin de subsidie wordt betaald. Hierbij is bepalend of de subsidieontvanger recht kan doen gelden op een bepaald bedrag (juridisch afdwingbare verplichtingen). In het kwantitatief activiteitenoverzicht (model III) geeft het Stimuleringsfonds vervolgens een overzicht van de nog vast te stellen en vastgestelde subsidies (zie ook RJ 640.202).

b. De hoogte van de apparaatskosten wordt gemonitord door de totale apparaatskosten af te zetten tegen de ontvangen subsidie. Het principe van ‘comply or explain’ wordt toegepast voor wat betreft het percentage apparaatskosten.

c. Personele lasten omvatten tenminste de brutosalarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld en pensioenpremie.

Regeling
Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2023
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-07-2023
BWB-id
BWBR0048422
Versie
2023-07-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl