wetzoeker

4.1 — Toelichting op het model voor de balans Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2023

Toelichting op het model voor de balans

Het is niet toegestaan van model I (zie paragraaf 3.1) af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.

Vaste activa

Het Stimuleringsfonds waardeert de materiële vaste activa op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van afschrijvingen. Aanschaffingen boven € 2.500 worden geactiveerd. Aanschaffingen tot en met € 2.500 komen direct ten laste van de exploitatierekening.

Als het Stimuleringsfonds een bijdrage/subsidie ontvangt voor investering in vaste activa (groter dan € 2.500), dan vindt verantwoording van de bijdrage/subsidie niet plaats in de exploitatierekening. Het Stimuleringsfonds neemt de investering op in de balans. De ontvangen bijdrage/subsidie neemt het Stimuleringsfonds op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringsbijdrage/-subsidie’. Deze post ‘Investeringsbijdrage/-subsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijklopend met de afschrijvingstermijn van de investering en wordt opgenomen onder de baten.

Vlottende activa

Het Stimuleringsfonds splitst de post ‘Vorderingen’ in de posten ‘Vorderingen subsidie OCW’, ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ en ‘Overige vorderingen’. Voor de post ‘Vordering OCW’ geldt het volgende: het Stimuleringsfonds neemt de vorderingen in het kader van de door het Stimuleringsfonds verstrekte subsidies (in de vorm van kredieten of anderzijds) separaat op.

Eigen vermogen

Bij het maken van onderscheid tussen de algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt het Stimuleringsfonds de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (RJ 640.310-318).

Het Stimuleringsfonds dient jaarlijks het saldo van het niet-bestede deel van de bijdrage OCW toe te voegen aan het ‘Bestemmingsfonds OCW’, tenzij op basis van gemaakte afspraken met OCW en een risicoanalyse blijkt dat de algemene reserve lager is dan benodigd. De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een (bestemmings)reserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet het Stimuleringsfonds van een toelichting. De berekening van het niet-bestede deel van de bijdrage OCW laat het Stimuleringsfonds zien in relatie tot de apparaatskosten, verleende subsidies en overige activiteitenlasten.

De financiële verantwoording van projectsubsidies neemt het Stimuleringsfonds op zodanige wijze op in de jaarrekening dat de baten en lasten met betrekking tot het project en de activiteiten voor de bijdrage/subsidie afzonderlijk kunnen worden afgelezen. Een per balansdatum nog niet besteed deel van de projectsubsidie, conform RJ 640.204 en RJ 274, neemt het Stimuleringsfonds apart herkenbaar op in de balans als vooruit ontvangen subsidie (onder de kortlopende of langlopende schulden). Indien dit bedrag besteed wordt in een betreffend jaar dient het Stimuleringsfonds dit vrijgevallen bedrag in de jaarrekening in de exploitatierekening te boeken als subsidie publieke middelen.

Over de bestemming van de resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’ en het nog niet-bestede deel van de subsidie (onder de kortlopende/langlopende schulden) zal bij de vaststelling van de jaarlijkse bijdrage een beslissing worden genomen. Een voorstel tot resultaatbestemming dient het Stimuleringsfonds voor te leggen aan OCW. Het Stimuleringsfonds verwerkt het voorstel niet in het eigen vermogen, zolang niet door OCW goedgekeurd (zie ook hieronder aandachtspunt b).

Aandachtspunten:

a. Het verloop van de algemene reserve, bestemmingsreserves en -fondsen dient te worden toegelicht. De relatie tussen lasten in de exploitatierekening en uitputting van de bestemmingsreserves en -fondsen dient het Stimuleringsfonds eveneens toe te lichten. Ook de relatie met de resultaatbestemming (dotaties en aanwending) dient inzichtelijk te worden gemaakt en nader toegelicht. In de toelichting op het verloop van de algemene reserve worden de mutaties toegelicht in relatie tot het minimale weerstandsvermogen (goedgekeurd door OCW) en de projectaanvragen die ten laste van de algemene reserve zijn gekomen. Indien de reserve lager of gelijk is aan het minimale weerstandsvermogen wordt uitgelegd hoe de risico’s voldoende beheerst worden zodat de continuïteit niet in gevaar komt. Bij hoge reserves wordt uitgelegd op welke wijze een eventuele ruimte op korte termijn bestemd wordt.

Onder bedrijfsvoeringsrisico’s vallen onder andere onvoorziene extra apparaatskosten en alsnog te verlenen subsidies als gevolg van bezwaarschriften. Hieronder valt niet het risico op frictiekosten aan de zijde van het Stimuleringsfonds zelf dat veroorzaakt wordt door beëindiging of forse terugval in OCW-bijdrage en subsidie. Op voorhand gaat OCW niet akkoord met het aanleggen van een algemene risico voor dit doel.

b. Bestemmingsreserves voor nieuw beleid kunnen alleen met toestemming van OCW worden gevormd voor een afgebakend doel en een afgebakende periode. Na afloop van deze periode vloeit het niet bestemde deel automatisch terug naar het bestemmingsfonds OCW en kan daardoor een herbestemming krijgen.

Voorzieningen

Bij deze post staat het vrij subposten te gebruiken naar eigen inzicht. Bij het treffen van voorzieningen worden de bepalingen in artikel 2:374 BW en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 252, gevolgd. RJ 252 geeft de voorwaarden aan waaronder een voorziening getroffen kan worden en de wijze waarop deze toegelicht moet worden.

Het Stimuleringsfonds neemt in de toelichting in ieder geval het verloop van de voorziening, de waarderingsmethode en korte omschrijving van de aard van de voorziening op (zie RJ 252.2).

Subsidieverplichtingen

Onder ‘Subsidieverplichtingen’ neemt het Stimuleringsfonds de subsidies op die het in het boekjaar heeft verleend, voor zover deze subsidies nog niet zijn betaald. Van een subsidieverplichting is sprake indien het Stimuleringsfonds het besluit tot verlening van een (meerjarige) subsidie schriftelijk heeft meegedeeld aan de subsidieontvanger. Het betreft hier dus een in rechte afdwingbare subsidieverplichting.

In de toelichting geeft het Stimuleringsfonds het verloop aan in de beginstand en de eindstand van de subsidieverplichtingen aan subsidieontvangers. Hierbij wordt tenminste onderscheid gemaakt in de mutaties in verband met verleende subsidies, vastgestelde subsidies en betalingen op verleende subsidies.

Aandachtspunt:

In de balans maakt het Stimuleringsfonds onderscheid tussen kortlopende (opeisbaar binnen een jaar) en langlopende subsidieverplichtingen. Het is toegestaan het onderscheid tussen kortlopende en langlopende subsidieverplichtingen op basis van een onderbouwde inschatting in de toelichting te vermelden. Met deze inschatting moet duidelijk worden wanneer de subsidieverplichtingen tot betalingen zullen leiden. De langlopende subsidieverplichtingen dienen in de toelichting te worden uitgesplitst naar de jaren waarin de betaalbaarstelling wordt verwacht.

Regeling
Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2023
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-07-2023
BWB-id
BWBR0048422
Versie
2023-07-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl