wetzoeker

2 — Het indienen van een verzoek door de verzoeker Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023

Het indienen van een verzoek door de verzoeker

Het verzoek op grond van artikel 10a, eerste tot en met vierde lid, Wet Avv wordt ingediend door een vereniging van werkgevers of vereniging van werknemers (of meerdere verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid) die een verzoek voor algemeenverbindendverklaring heeft of hebben ingediend. Eveneens komt hiervoor in aanmerking een volledig rechtsbevoegde rechtspersoon als omschreven in artikel 10a, tweede en vierde lid, van de Wet Avv.

Het verzoek wordt altijd bij de Arbeidsinspectie ingediend, ook indien de benodigde informatie uitsluitend is verkregen door de Sociale verzekeringsbank via de melding op grond van artikel 8 WagwEU. Het verzoek wordt voorts schriftelijk ingediend, waar in dit verband mede onder wordt verstaan elektronisch.

Het verzoek wordt in behandeling genomen indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het verzoek indient:

a. bevoegd is tot de indiening van het verzoek (dit kan met name blijken uit een daartoe verstrekte machtiging);

b. duidelijk maakt van welke onderneming de verzoeker het vermoeden heeft dat deze de verbindend verklaarde cao-bepaling of -bepalingen niet naleeft (dit kan blijken uit het verstrekken van een uittreksel van de inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel van de onderneming waarvan de verzoeker een vermoeden heeft dat deze de cao niet naleeft. Indien dit niet mogelijk is, kan de verzoeker op een andere wijze de identiteit van de onderneming zo nauwkeurig mogelijk kenbaar maken. Het kan voorkomen dat de verzoeker zijn melding alleen kan baseren op mondeling verkregen informatie van werknemers. Hierdoor is het mogelijk dat de verzoeker per abuis niet de werkelijke onderneming aanwijst waarop de gegevens betrekking moeten hebben. De Arbeidsinspectie stelt de verzoeker hiervan in kennis en biedt de gelegenheid een hernieuwd verzoek in te dienen waarin de naam van de bedoelde onderneming wordt vermeld);

c. aangeeft op grond waarvan het vermoeden leeft dat die onderneming een of meerdere verbindend verklaarde cao-bepalingen niet naleeft (de verzoeker motiveert het vermoeden zoveel mogelijk met objectieve gegevens, zoals een brief aan de desbetreffende onderneming waarin deze wordt verzocht om de cao-bepalingen na te leven, concrete meldingen of een bewijs dat de ondernemer is aangeschreven om inzage te geven in de stukken);

d. aangeeft op welke periode het vermoeden van niet-naleving betrekking heeft (deze periode dient te vallen binnen het tijdvak waarover de cao-bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard);

e. specificeert welke gegevens de natuurlijke persoon of rechtspersoon wenst te ontvangen, die noodzakelijk zijn om na te gaan of verbindend verklaarde bepalingen van cao’s die van toepassing zijn op gedetacheerde werknemers, in de zin van artikel 2a, eerste en vierde lid, Wet Avv worden nageleefd.

Op de verzoeker rust de inspanningsverplichting om de bij hem bekende feiten en omstandigheden te melden. Dit kan bijvoorbeeld door middel van bewijsrechtelijke acties die zijn ondernomen ten behoeve van een civielrechtelijke vordering, zoals het verzamelen van getuigenverklaringen, of met een verslag van de situatie aan de hand van de aangetroffen feiten en omstandigheden.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan in beginsel uitgaan van de juistheid van de gegevens die door de verzoeker worden verstrekt om de noodzaak te motiveren, en heeft dan ook geen plicht de juistheid hiervan te verifiëren.

Regeling
Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
15-07-2023
BWB-id
BWBR0048393
Versie
2023-07-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl