wetzoeker

2 — Uitgangspunten Staffelbesluit pensioenen

Uitgangspunten

Bij de staffels gelden de volgende uitgangspunten:

a. De staffels gelden voor beschikbare premies voor de opbouw van aanspraken op OP en eventueel PP (circa 70% van het OP).

b. De staffels zijn gebaseerd op een maximale opbouw van OP volgens het middelloonstelsel. De staffels van tabel 1 zijn dan ook gericht op de voor een middelloonregeling geldende maximale opbouw van 1,875% per dienstjaar. Deze staffels zijn daarmee gericht op een pensioen dat na 40 jaren opbouw niet meer bedraagt dan 75 percent van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip.

c. De tabellen 2 en 3 zijn van toepassing als partijen gebruikmaken van artikel 10aa UBLB 1965. Tabel 2 geldt bij een opbouw op basis van 1,701% middelloon en tabel 3 bij een opbouw op basis van 1,788% middelloon. Beide opbouwpercentages zijn gebaseerd op artikel 10aa UBLB 1965.

d. De bij tabel 1 te hanteren pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend loon met inachtneming van artikel 18ga Wet LB, minus ten minste de minimale franchise van 100/75 x de AOW-uitkering voor een gehuwde. Voor de tabellen 2 en 3 is de te hanteren grondslag gelijk aan het pensioengevend loon met inachtneming van artikel 18ga Wet LB, verminderd met ten minste de bedragen, genoemd in artikel 10aa UBLB 1965. Bij de vaststelling van de premies in de drie laatste kolommen van de staffels is rekening gehouden met de omstandigheid dat voor PP een lagere inbouw van AOW geldt dan voor OP. Dit vloeit voort uit het feit dat het PP is uitgedrukt in een percentage van 70% van het OP.

e. De premies zijn uitgedrukt in percentages van de pensioengrondslag.

f. De staffels gaan uit van een mannelijke werknemer met een vrouwelijke partner die 3 jaar jonger is.

g. De gehanteerde overlevingstafel is: GBM/GBV 2016–2021. De leeftijdscorrecties zijn: werknemer -5 en partner -6.

h. De rekenrente is 4%.

i. De intredeleeftijd is bij toepassing van de staffels niet van belang.

j. De premies voor de klasse van 15 tot en met 19 jaar zijn gebaseerd op een leeftijd van 18 jaar, dit in afwijking van het wettelijk uitgangspunt van artikel 18a, derde lid, onderdeel a, Wet LB. Dat voorschrift gaat uit van de gemiddelde leeftijd in elke klasse. De afwijking vloeit voort uit het feit dat de wettelijke pensioentoetredingsleeftijd vanaf 1 januari 2024 18 jaar bedraagt.

Regeling
Staffelbesluit pensioenen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
28-06-2024
BWB-id
BWBR0048364
Versie
2024-06-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl