wetzoeker

b — Te verzekeren pensioenkapitaal Staffelbesluit pensioenen

Te verzekeren pensioenkapitaal

1. Gezien de aard en het karakter van de kapitaalovereenkomst kan het verzekerde pensioenkapitaal op de pensioendatum ten hoogste worden gebaseerd op een kapitaal dat nodig is voor een in 40 jaar op te bouwen OP van 66,28% van het actuele loon (inclusief inbouw van de AOW). Dit wordt gelijkwaardig geacht aan de wettelijke norm van een in 40 jaren op bouwen OP van 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip. Bij de berekening van het pensioenkapitaal gaan partijen ten hoogste uit van een pensioen op basis van het pensioengevend loon van het betreffende jaar. Als het kapitaal wordt verhoogd als gevolg van salarisverhogingen komt dit tot uiting in toekomstige premies. In afwijking van de uitgangspunten van artikel 18a, derde lid, Wet LB sluit de opbouw derhalve aan bij de feitelijke loopbaanontwikkeling. Als in de financiering van de tijdsevenredige rechten een in de PW niet toegestane achterstand ontstaat, kan voor de geconstateerde achterstand op dat moment een koopsom worden gestort. Na storting van de koopsom zal de premie met inachtneming van de overige voorwaarden van dit besluit opnieuw vastgesteld moeten worden.

2. Partijen gaan voor de berekening van het benodigde kapitaal uit van niet-geïndexeerde pensioenuitkeringen.

3. Partijen rekenen met een tarief op basis van een nettorendement na pensioeningangsdatum van ten minste 4%.

4. Partijen houden rekening met de bijgeschreven winstdeling. Het inbouwen van het winstrecht kan ertoe leiden dat een premieverlaging nodig is. De premie kan daarbij dalen tot nihil.

5. Een premieverlaging kan achterwege blijven als partijen voldoen aan de volgende twee voorwaarden:

• In de regeling heeft men de bepaling opgenomen dat partijen de overwaarde op de pensioeningangsdatum zo veel mogelijk zullen aanwenden voor indexatie van het uit te keren pensioen.

• Het verzekerde kapitaal is inclusief de reeds bijgeschreven winstdeling niet hoger dan het kapitaal dat nodig is voor een fiscaal maximaal geïndexeerd pensioen. Hiertoe zullen partijen het kapitaal jaarlijks moeten toetsen. Uitgangspunt voor deze toetsing zijn de tarieven van de verzekeraar op de beoordelingsdatum. Om grote schommelingen bij deze toetsing te voorkomen, mogen partijen hierbij een marktrente hanteren van maximaal 6% en een vaste indexatie van maximaal 3%. Als uit de jaarlijkse berekening blijkt dat het kapitaal inclusief de reeds bijgeschreven winstdeling hoger is dan overeenstemt met de berekende koopsom, moeten partijen het verzekerde kapitaal verlagen. Dit kan betekenen dat men in dat geval ook de premie moet verlagen. De Belastingdienst heeft op zijn site in Vraag & Antwoord 08-016 een voorbeeld gepubliceerd van deze toetsing voor een aantal opeenvolgende jaren. Zie https://centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl.

Regeling
Staffelbesluit pensioenen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
28-06-2024
BWB-id
BWBR0048364
Versie
2024-06-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl