3 — Achtergrond Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Migration and Displacement 2023–2028)
Achtergrond
Zoals uiteengezet in de beleidsnotitie ‘Doen waar Nederland goed in is’
3 Beleidsnotitie 2022 ‘Doen waar Nederland goed in is’
, werkt Nederland aan veilige en humane opvang van ontheemden en vluchtelingen in hun regio’s van herkomst. Het kabinet bevordert zelfredzaamheid van vluchtelingen en gastgemeenschappen door het financieren van projecten op het gebied van bescherming (inclusief sociale bescherming zoals bijvoorbeeld kinderbescherming of geestelijke gezondheidszorg), onderwijs en training, werkgelegenheid en infrastructuur (op het gebied van schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne, afvalbeheer, huisvesting en digitale informatie voorzieningen en systemen) in de Hoorn van Afrika, de MENA-regio, Pakistan en Turkije. Daarnaast investeert Nederland in het versterken van migratiesamenwerking met partnerlanden. Prioriteiten daarbij zijn de bescherming van migranten, het waarborgen van de mensenrechten van migranten, het beperken van irreguliere migratie, het tegengaan van mensensmokkel en -handel, beter grensbeheer en het bevorderen van vrijwillige terugkeer en herintegratie.
Opvang in de regio en migratiesamenwerking zijn beleidsterreinen die constant onderhevig zijn aan verandering. Het vereist dan ook gezamenlijke inspanning op verschillende niveaus om blijvend duurzame oplossingen te kunnen bieden voor mensen die kwetsbaar zijn (geworden) door migratie en ontheemding. Op dit moment wordt het merendeel van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget voor opvang in de regio en migratiesamenwerking besteed via internationale en multilaterale organisaties. Hoewel deze organisaties het voordeel hebben dat ze op grote schaal opereren, staan zij over het algemeen verder af van de lokale- context en kennis dan de mensen uit de gemeenschappen zelf, namelijk migranten, vluchtelingen en gastgemeenschappen.
Vaak weten lokaal gevestigde organisaties die geleid en/of gevormd worden door mensen die direct getroffen worden door de negatieve gevolgen van migratie en ontheemding, beter wat de behoeftes van deze doelgroep zijn. Desondanks tonen verschillende studies
4 ODI Localisation Report, October 2021
aan dat lokale actoren zelden in the lead zijn, bij de bepaling van de richting van en de besluitvorming over de aanpak van een crisis en/of benodigde inzet voor duurzame oplossingen. Hierdoor wordt de stem van de meest getroffenen te weinig gehoord. Via samenwerkingsconstructies worden lokale actoren soms geraadpleegd en gefinancierd door multilaterale organisaties, maar vaak ontbreekt een gelijkwaardige vorm van partnerschap. Daarnaast ondervinden lokale organisaties structurele barrières bij het krijgen van toegang tot fondsen om directe diensten te verlenen aan deze doelgroep. Dit gaat ten koste van de effectiviteit van de steun aan de meest getroffenen van migratie en ontheemding.
Om bovenstaande redenen wil de minister via dit subsidiebeleidskader, bij het ondersteunen van activiteiten op het gebied van migratiesamenwerking en opvang in de regio, tegelijk een bijdrage leveren aan het doorbreken van dit patroon en het versterken van eigenaarschap en zelfstandig opereren van lokale actoren (hierna: in-country partners). Zo kan meer impact gerealiseerd worden op de doelstellingen voor migratiesamenwerking en opvang in de regio. Nederland ziet een sterke rol weggelegd voor in-country partners en voor organisaties geleid door vluchtelingen en migranten. Zij kunnen een belangrijke spil zijn tussen migranten- en vluchtelingengemeenschappen enerzijds, en lokale gemeenschappen, (inter)nationale autoriteiten, en (inter)nationale hulpactoren anderzijds. Niet alleen kunnen zij de stem van vluchtelingen en migranten goed laten horen, ze bieden op basis van directe uitvoering en veldkennis vaak gedegen contextanalyses en kunnen in sommige gevallen sneller, flexibeler en doeltreffender optreden. Tevens laten deze actoren vaak een aanvullend en/of kritisch geluid horen ten opzichte van andere organisaties, zoals multilaterale organisaties.
Nederland heeft meermaals het belang bevestigd van lokalisatie als proces van erkenning, respect en versterking van onafhankelijk leiderschap en besluitvorming door lokale actoren bij ontwikkeling-georiënteerde actie. Binnen de Grand Bargain
5 Op 23–24 mei 2016 werd tijdens de World Humanitarian Summit in Istanbul een serie hervormingen gepresenteerd onder de naam ‘Grand Bargain’, een gezamenlijk streven van de grootste humanitaire donoren en uitvoerende organisaties, om de humanitaire hulpverlening effectiever en efficiënter te maken om zoveel mogelijk mensen in nood te kunnen helpen met de beschikbare middelen.
committeerde Nederland zich aan de doelstelling om 25% van humanitaire financiering op een zo direct mogelijke manier uit te keren aan lokale en nationale partijen. In de BHOS-nota van 2022 ‘Doen waar Nederland goed in is’ wordt lokaliseren genoemd als werkwijze voor maximale ontwikkelingsimpact. Ook steunde Nederland in december 2022 de verklaring van donoren aangaande ‘Locally Led Development’
6 Donor Statement on Supporting Locally Led Development, December 2022
. Dit subsidiebeleidskader bouwt voort op de voorgenomen inzet aangaande lokalisatie en introduceert een vernieuwende aanpak om bij te dragen aan de doelstellingen voor migratiesamenwerking en opvang in de regio.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Migration and Displacement 2023–2028)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-11-2023
- BWB-id
- BWBR0048352
- Versie
- 2023-11-25_0