wetzoeker

Bijlage 3 — bij Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (deel 1) Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

bij Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

Lijst met misdrijven behorend bij artikel 5 van de Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

Wetboek van Strafrecht:

– Misdrijven tegen de veiligheid van de Staat (artikelen 92 t/m 107a Sr, met uitzondering van artikel 103a Sr, artikel 106 Sr);

– Misdrijven tegen de Koninklijke Waardigheid (artikelen 108 t/m 110 en 114a en 114b Sr);

– Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen (artikelen 115 t/m 117b Sr, 120a t/m 120c Sr);

– Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten (artikelen 121 t/m 129 Sr, artikelen 130a en 130b Sr);

– Misdrijven tegen de openbare orde: artikelen 131, 133, 134, 134a, 136, 138, 138aa, 138ab, 138b, 138c, 139a, 139b, 139c, 139d, 139e, 139g, 140, 140a, 141, 141a, 143, 144, 145 Sr;

– Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht: artikelen 157 t/m 175b Sr, artikelen 176a en 176b Sr;

– Misdrijven tegen het openbaar gezag: artikelen 177, 178, 178a, 179 Sr, 191, 193, 194, 198 t/m 205 Sr;

– Meineed: artikelen 207 t/m 207b Sr;

– Valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten: artikelen 208 t/m 214 Sr, 215 Sr.

– Valsheid in zegels en merken: artikelen 216 t/m 223 Sr;

– Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken: artikelen 225 t/m 227b Sr, artikelen 230 t/m 234 Sr;

– Schending van geheimen: artikelen 272 t/m 273e Sr;

– Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid: artikelen 273f t/m 285c Sr;

– Misdrijven tegen het leven gericht: artikelen 287 t/m 289a en artikel 295a Sr;

– Veroorzaken van de dood of van lichamelijk letsel door schuld: artikel 307 t/m 309 Sr;

– Diefstal en stroperij: artikelen 310 t/m 312 Sr;

– Afpersing en afdreiging: artikelen 317 t/m 318 Sr;

– Verduistering: artikelen 321 t/m 323a Sr;

– Bedrog: artikelen 326, 326a, 326c, 326d, 326e, 327 t/m 329, 331 t/m 332, 334 t/m 337 Sr;

– Benadeling van schuldeisers of rechthebbenden: artikelen 340 t/m 348a Sr;

– Vernieling of beschadiging: artikelen 350a t/m 352 Sr, 354a Sr;

– Ambtsmisdrijven: artikelen 355 t/m 361 Sr, artikelen 363 Sr t/m 368 Sr, artikelen 370 t/m 372 Sr, artikelen 376 t/m 378 Sr;

– Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven: artikelen 381 t/m 387 Sr, artikelen 389bis t/m 400 Sr, artikelen 402 t/m 414 Sr, artikelen 415a en 415b Sr;

– Begunstiging: artikelen 416 t/m 417bis Sr;

– Witwassen: artikelen 420bis t/m 420quater.1 Sr;

– Financieren van terrorisme: artikel 421 Sr;

Wet Economische Delicten:

Artikel 1, onder 1 voor zover opzettelijk zijn begaan, delicten betreffende:

– de Algemene douanewet, de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1, voor zover betrekking hebbend op goederen die ingevolge regelingen van internationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen;

– de Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, 28, zesde lid, 28a, zesde lid, 32, en – voor zover aangewezen als strafbare feiten – de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid;

– de Arbeidstijdenwet, de artikelen 8:3, 8:3a, zesde lid, en een niet naleven als bedoeld in artikel 11:3;

– de Distributiewet, de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 15, vierde en vijfde lid, 16 en 17, tenzij deze bepalingen van de Distributiewet in werking zijn getreden krachtens artikel 2 van de Wet Uitvoering Internationaal Energieprogramma;

– de Drinkwaterwet, de artikelen: 4, eerste lid, 21, 22, 23, 25 tot en met 35, 38, 49 en 51;

– de Geneesmiddelenwet, de artikelen 18, eerste lid, 28, eerste lid, 34, 37, derde lid, 38, eerste lid, 39, eerste lid, 40, eerste en tweede lid, 61, eerste lid, 62, eerste en derde lid, 67 en 67a, eerste lid;

– de Hamsterwet, de artikelen 3 en 4;

– de Landbouwwet, artikel 19;

– de Noodwet financieel verkeer, de artikelen 3, 4, 5, 6, 11, 12, 17, 18, 26 en 28, tweede lid;

– de Noodwet voedselvoorziening, de artikelen 6, 7, 9, 10, 11, tweede lid, 12, 13, 22, 23, 24, eerste lid, 25 en 29;

– de Prijzennoodwet, de artikelen 5, 6, tweede lid, en – voor zover aangeduid als strafbare feiten – 8 en 9;

– de Sanctiewet 1977, de artikelen 2, 7 en 9, voor zover betrekking hebbend op de onderwerpen, bedoeld in artikel 3;

– de Spoorwegwet, artikel 96, tweede lid;

– de Telecommunicatiewet, de artikelen 3.13, eerste lid, 3.22, 10.1, 10.11, tweede lid, – 10.15, eerste lid, 10.17, eerste lid, 11a.1, vijfde en zesde lid, 14a.9, tweede lid en 18.9;

– de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens, de artikelen 2, eerste en derde lid, 3 en 4;

– de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, de artikelen 2 en 3, eerste lid;

de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en inhoudende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014 L 173), de artikelen 14 en 15;

– de Wet Dieren, de artikelen 2.17, 2.18, eerste en tweede lid, 2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 1°, b, c en d, 2.22, eerste en derde lid, 2.25, eerste en derde lid, 5.1, derde lid, tweede volzin, 5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.11, eerste lid, 5.12, eerste lid, 5.15, eerste en vierde lid, 8.4;

– de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, artikel 5, eerste lid;

– de Wet precursoren voor explosieven, artikel 3, eerste en tweede lid;

– de Wet ruimtevaartactiviteiten, de artikelen 3, eerste en derde lid, 7, derde lid, en 10;

– de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, de artikelen 2, onder a, 4, tweede lid, en 4a, eerste lid;

Artikel 1, onder 2, voor zover opzettelijk zijn begaan, delicten betreffende:

– de Algemene douanewet, de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1, voor zover betrekking hebbend op goederen die niet ingevolge regelingen van internationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen;

– de Bankwet 1998, artikel 9a, eerste tot en met derde lid;

– de Drinkwaterwet, de artikelen 15 en 17, tweede lid;

– de Erfgoedwet, de artikelen 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.22, 4.23 en 4.23a;

– de Landbouwwet, de artikelen 17, 18, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 47, en 51;

– de Telecommunicatiewet, de artikelen 3.20, eerste tot en met derde lid, 10.8, 10.16, eerste lid, laatste volzin, 13.1, 13.2, 13.2a, 13.2b, 13.4, eerste lid, 13.5 en 13.8;

– de verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG L 309), artikel 2, eerste en tweede alinea, en artikel 5, eerste alinea;

– de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG L 181), artikel 6, eerste lid;

– de verordening (EU) nr. 1210/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 betreffende de echtheidscontrole van euromunten en de behandeling van euromunten die ongeschikt zijn voor de circulatie (PbEU 2010, L 339), de artikelen 3 en 4;

– de Verordening (EU) nr. 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PbEU 2016, L 171), de artikelen 29, eerste lid en 34, eerste lid;

– de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en inhoudende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014 L 173), de artikelen 17, 18, 19 en 20;

Regeling
Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-06-2023
BWB-id
BWBR0048210
Versie
2023-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl