wetzoeker

Artikel 35 Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023

Overige bepalingen mandaat, volmacht en machtiging

1 De uitoefening van bevoegdheden die bij of krachtens dit besluit zijn verleend, geschiedt met inachtneming van:

a. de door de bewindspersoon, secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal diensthoofden, dienstonderdeelhoofden en secretarissen van de adviesorganen gegeven algemene of bijzondere instructies;

b. de gestelde kaders ten aanzien van inkoop en aanbesteding;

c. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte;

d. de toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan;

e. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 en de aanwijzingen van de concerndirecteur Financieel-Economische Zaken op grond van die wet en de daarop berustende regelgeving;

f. het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021 en het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021; en

g. de overige ter zake geldende wet- en regelgeving en beleidsregels.

2 Een functionaris die krachtens overeenkomst naar burgerlijk recht, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaam is bij het ministerie, oefent de aan zijn functie verleende bevoegdheden slechts uit wanneer dat voor een goede functievervulling strikt noodzakelijk is en wanneer in de overeenkomst met de functionaris waarborgen voor een goede uitoefening van bevoegdheden zijn opgenomen.

Regeling
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-02-2026
BWB-id
BWBR0048191
Versie
2026-02-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl