wetzoeker

Artikel 30 Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023

Overige bepalingen mandaat, volmacht en machtiging

1 Aan de bewindspersoon is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken gericht tot:

a. de Koning;

b. de Raad van Ministers van het Koninkrijk, de Raad van Ministers of een daaruit gevormde onderraad of commissie;

c. een minister of staatssecretaris;

d. een autoriteit in binnen- of buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris;

e. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die Kamers gevormde commissie;

f. de vicepresident van de Raad van State; en

g. de president van Algemene Rekenkamer.

2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van handelingen ten opzichte van één van de in het eerste lid, onder f en g genoemden, voor zover het stukken betreft die uitsluitend van informatieve aard zijn.

3 Aan de bewindspersoon is tevens voorbehouden de bevoegdheid tot:

a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende voorschriften;

b. het geven en ondertekenen van algemene en bijzondere aanwijzingen aan de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport en de onder de inspecteur-generaal ressorterende functionarissen; en

c. het nemen van een beslissing tot het instellen van beroep tegen een besluit van een ander bestuursorgaan, voor zover de bewindspersoon belanghebbende is op grond van artikel 1:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Regeling
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-02-2026
BWB-id
BWBR0048191
Versie
2026-02-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl