wetzoeker

4.2 — Beslissing over plaatsing van gegevens in onderzoek Circulaire Adresonderzoek BRP

Beslissing over plaatsing van gegevens in onderzoek

– Terugmeldingen. Voor terugmeldingen vanuit de Terugmeldvoorziening (TMV) geldt dat zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen teruggekoppeld moet worden of de aantekening in onderzoek is geplaatst of dat al besloten is over het al dan niet wijzigen van gegevens.

– Overige aanleidingen (meldingen). De verplichting van opvolging binnen vijf werkdagen is alleen van toepassing op een terugmelding van een bestuursorgaan, maar het verdient aanbeveling deze termijn in alle gevallen te hanteren. Ook als het een melding van een derde, zoals een zorgverzekeraar of een persoon, betreft.

– LAA. Voor LAA-signalen geldt dat zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vier weken teruggekoppeld moet worden of de aantekening in onderzoek is geplaatst, dan wel of het heeft geleid tot een adreswijziging of niet. Dit kan via de Walaa.

12 Zie instructie Walaa.

Zo is er meer tijd om eerst het LAA-onderzoek uit te voeren. Als er al een huisbezoek is verricht (onder 4.1) en de aanname is dat de persoon daar niet (meer) woont, dan kan dat als deelresultaat op de persoonslijst worden opgenomen (zie hieronder).

13 De registratie van dit deelresultaat kan bij alle adresonderzoeken; niet alleen na een LAA-onderzoek.

Betekenis van de aantekening in onderzoek

De datum ingang van het onderzoek wordt geplaatst in de rubriek 08.83.20 op de persoonslijst.

Als een gegeven in onderzoek is geplaatst, is het bestuursorgaan als afnemer van de BRP niet langer verplicht het gegeven te gebruiken.

14 Artikel 1.7, tweede lid, Wet BRP.

Hoewel een onderzoeksaantekening geen rechtsgevolgen heeft, kan de betrokkene er wel gevolgen van ondervinden door beslissingen die afnemers (na verloop van tijd) nemen: bijvoorbeeld het aanhouden van een aanvraag of het instellen van nader onderzoek naar de persoon. Dit betekent dat zorgvuldig met de aantekening moet worden omgesprongen: deze alleen te plaatsen bij twijfel over de juistheid van het adres van een persoon en niet langer dan nodig te laten staan (zie paragraaf 6 over doorlooptijd).

Opnemen van deelresultaat adresonderzoek: niet meer woonachtig op het adres

Als tijdens het adresonderzoek geconstateerd wordt dat een persoon niet meer woont op het geregistreerde adres, kan dit deel van het onderzoeksresultaat worden opgenomen op de persoonslijst. Zo is in de BRP zichtbaar dat een persoon niet (langer) op het adres woont waarop hij ingeschreven staat, maar dat het onderzoek naar het (nieuwe) woonadres nog loopt. Afnemers die geautoriseerd zijn voor deze gegevens krijgen deze onderzoeksgegevens meegeleverd. Hierdoor kunnen eventuele problemen voor de nieuwe of oude medebewoners voorkomen worden. U registreert dit deelresultaat in categorie 08 Verblijfplaats door in de rubriek 08.83.10 Aanduiding gegevens in onderzoek de waarde ‘089999’ op te nemen.

15 Zie verder de Handleiding Uitvoeringsprocedures (HUP), p. 180. https://www.rvig.nl/brp/hup.

Regeling
Circulaire Adresonderzoek BRP
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
15-05-2023
BWB-id
BWBR0048118
Versie
2023-05-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl