wetzoeker

3.1 — Start adresonderzoek Circulaire Adresonderzoek BRP

Start adresonderzoek

De gemeente kan een adresonderzoek starten bij twijfel over de juistheid van een adresgegeven in de BRP. Wanneer er sprake is van twijfel, is ter beoordeling van de gemeente. Het is belangrijk dat zij de twijfel kan motiveren. De aanleiding daarvoor kan heel divers zijn. Voorbeelden:

– een melding van een persoon of organisatie (geen bestuursorgaan);

– een terugmelding van een orgaan van de gemeente of een ander bestuursorgaan;

– een melding vanuit LAA;

– een eigen constatering van leegstand;

– een aangifte van verhuizing.

9 Bij twijfel aan de juistheid van een adresaangifte kan deze aangehouden worden. De gemeente onderzoekt dan of het aannemelijk is dat de aangifte klopt. Binnen een zo kort mogelijke termijn (gestreefd moet worden naar afronding binnen vier weken) moet de gemeente beslissen om de aangifte te verwerken of een weigeringsbesluit te sturen aan de persoon. Tegen dit weigeringsbesluit kan bezwaar worden gemaakt.

Afhankelijk van het type melding (terugmelding, LAA-melding of andere melding), start het adresonderzoek bij stap 4.1 (LAA) of 4.2 (andere melding). Zie het stroomschema in paragraaf 7.

Door direct gebruik te maken van laagdrempelige kanalen in contact met de burger (e-mail, telefoon) nadat de gemeente een melding heeft ontvangen, kan veel werk worden voorkomen. Dit verdient dan ook aanbeveling. Het adresgegeven hoeft niet in onderzoek geplaatst te worden als – bijvoorbeeld omdat er al contact met de burger is – blijkt dat een melding binnen vijf werkdagen kan worden afgehandeld via bijvoorbeeld e-mail of telefoon.

Regeling
Circulaire Adresonderzoek BRP
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
15-05-2023
BWB-id
BWBR0048118
Versie
2023-05-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl