Bijlage 1 — behorende bij artikel 10, eerste lid, van de Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) (deel 1) Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
behorende bij artikel 10, eerste lid, van de Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
De criteria aan de hand waarvan een subsidieaanvraag beoordeeld wordt, zijn:
Criterium | Onderdeel | Toelichting
1. Reflectie (bestaande penvoerder) De penvoerder reflecteert op de realisatie van de voorgaande en/of nog lopende MDT-projecten uit subsidierondes 4a, 4b, 4c van ZonMw en 5a van DUS-I. Daarbij wordt toegelicht welke lessen men heeft geleerd en wat men daarvan gaat meenemen naar het nieuwe MDT-project. | A. Realisatie | De penvoerder beschrijft en reflecteert op de realisatie van het aantal uitgevoerde (afgeronde en niet-afgeronde) MDT-trajecten, ten opzichte van het beoogde aantal volgens planning.
B. Verbeteringen | De penvoeder licht toe wat de succesfactoren en verbeteringen zijn (geweest), waar ruimte (geweest) is voor verbetering en tot welke verbeteringen dat concreet heeft geleid in de huidige subsidieaanvraag.
2. Visie op MDT, beoogde realisatie en impact De penvoerder beschrijft de visie op MDT, de doelgroep, de beoogde realisatie en met welke activiteiten impact wordt nagestreeft | A. Visie op MDT | De penvoerder licht toe hoe het partnerschap tot stand is gekomen en waarom het partnerschap (opnieuw) MDT-trajecten wil gaan aanbieden, welke visie het partnerschap heeft op MDT, op de drie pijlers van MDT (iets doen voor een ander, talentontwikkeling en ontmoeting), en wat dat betekent voor de opzet en de uitvoering van het MDT-project.
B. Doelgroep | De penvoerder licht toe op welke doelgroep of doelgroepen jongeren het project zich gaat richten en geeft een doelgroepomschrijving per trajectvariant.
C. Beoogde realisatie | De penvoerder levert een planning van de te realiseren trajecten per trajectvariant aan en geeft per fase (werving, intake, uitvoering, afgerond) een toelichting waarbij rekening wordt gehouden met eventuele uitval.
D. Impact | De penvoerder licht per trajectvariant toe met welke activiteiten impact op jongeren en de samenleving wordt nagestreefd, aan de hand van de drie pijlers van MDT en hoe hiervan wordt geleerd en naar aanleiding hiervan wordt bijgestuurd.
3. Activiteiten De penvoerder beschrijft hoe het partnerschap de MDT-trajecten per variant gaat uitvoeren. | A. Werving van jongeren voor een MDT-traject | De penvoerder geeft een toelichting op de wervingsstrategie en beschijft daarbij de werkwijze, waarom deze werkwijze passend is en welke partij(en) in welke rol dit uitvoeren.
B. Intake en matching van jongeren aan een MDT-traject | De penvoerder licht toe hoe de intake plaatsvindt (bijvoorbeeld gesprek, training, kennismakingsactiviteit) en hoe jongeren worden gekoppeld aan een voor hen passend MDT-traject.
C. Begeleiding van jongeren | De penvoerder beschrijft: – De begeleiding (o.a. individuele begeleiding, groepsbegeleiding, begeleiding op de activiteiten bij partnerorganisaties). – De gemiddelde totale inzet in uren aan begeleiding voor een volledig MDT-traject (waarbij o.a. de verhouding tussen individuele- en groepsbegeleiding en de verhouding tussen begeleiding en activiteiten in uren inzichtelijk wordt gemaakt). – De verdeling van de inzet voor begeleiding tussen de penvoerder en de overige partners.
D. Uitvoering activiteiten van het MDT-traject | De penvoerder licht toe hoe de MDT-trajecten worden uitgevoerd en beschrijft daarbij in ieder geval welke activiteiten in het MDT-traject plaatsvinden (incl. trainingen, groepsgrootte).
E. Coördinatie en ondersteuning van het MDT-project | De penvoerder licht toe welke coördinerende en ondersteunende activiteiten er uitgevoerd gaan worden en hoe deze zijn belegd binnen het partnerschap. Hierbij worden aspecten toegelicht zoals projectleiding, monitoring en tussentijdse (proces)evaluatie, projectadministratie, overleg met de partners (overlegstructuur), deelname aan centraal onderzoek, communicatie, verduurzaming, (door)ontwikkeling van MDT-trajecten en producten.
4. Jongerenparticipatie en jongerenreis De penvoerder licht toe hoe de jongerenparticipatie en inspraak georganiseerd gaat worden op project- en traectniveau, en wat daarin de belangrijkste accenten zullen zijn. Daarnaast beschrijft de penvoerder per MDT-variant de jongerenreis. | A. Jongerenparticipatie op projectniveau | De penvoerder licht toe in welke mate en vorm jongeren betrokken zijn en inspraak hebben op: – de activiteiten (3.A t/m E) – de invulling van jongerenparticipatie Daarbij geeft de penvoerder een toelichting op de gekozen vorm van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-) beslissen of jongeren in de lead.
B. Jongerenparticipatie op trajectniveau | De penvoerder licht toe in welke mate en vorm de jongere betrokken is en inspraak heeft bij het opstellen van eigen leerdoelen en het eigen traject, inclusief de activiteiten en de begeleiding. Daarbij geeft de penvoerder een toelichting op de gekozen vorm van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen of jongeren in de lead.
C. Jongerenreis | De penvoerder beschrijft per MDT-variant, vanuit het perspectief van de jongere, de reis die de jongere aflegt. Vanaf het moment dat de jongere wordt geënthousiasmeerd voor MDT tot en met de afronding van het MDT-traject. Hierbij worden aspecten toegelicht zoals de werving, intake, begeleiding, activiteiten en de waardering.
5. Partnerschap en samenwerking De penvoerder beschrijft hoe het partnerschap is samengesteld en georganiseerd, waarom de organisatie geschikt is om te fungeren als penvoerder, hoe de samenwerking georganiseerd gaat worden en hoe het partnerschap duurzaam wordt ingericht. | A. Samenstelling en organisatie partnerschap | De penvoerder licht toe hoe het partnerschap is samengesteld, welke bijdragen de partners gaan leveren (m.n. rolverdeling) en op welke wijze dit bijdraagt aan het gezamenlijke doel van het partnerschap. De penvoerder licht toe waarom dit adequaat is voor het bereiken van de kwalitatieve- en kwantitatieve projectdoelstellingen. Daarnaast licht de penvoerder toe hoe het partnerschap is georganiseerd. Hierbij wordt ingegaan op aspecten zoals organisatiestructuur, taakverdeling tussen de partners, kennisdeling en professionalisering.
B. Aanwezige kennis en expertise bij penvoerder en/of partnerschap | De penvoerder licht toe in welke mate de projectleider(s), medewerkers en begeleiders bij zowel de penvoerder als bij de partners beschikken over passende kennis en ervaring om een MDT-project en in het bijzonder MDT-trajecten voor jongeren te gaan uitvoeren. Daarnaast licht de penvoerder toe in welke mate de eigen organisatie toegerust is om een (groot) gesubsidieerd project te initiëren, aansturen, te begeleiden en te verantwoorden.
C. Risico’s en beheersmaatregelen | De penvoerder licht toe welke risico’s het partnerschap voorziet voor het MDT-project en voor de uitvoering van de MDT-trajecten. Daarbij beschrijft de penvoerder welke maatregelen het partnerschap zal nemen als deze risico’s zich verwezenlijken gedurende de subsidieduur.
D. Samenwerking en kennisdeling binnen het MDT-netwerk en in de regio | De penvoerder licht toe hoe hij gaat samenwerken met andere MDT-projecten, landelijk of met regionale samenwerkingsverbanden van MDT. Hierbij wordt toegelicht wat men wil bereiken in de samenwerking met andere MDT-projecten of organisaties.
E. Verduurzaming | De penvoerder licht toe aan de hand van concrete activiteiten hoe MDT duurzaam wordt ingebed en geborgd bij partners in het partnerschap. Denk aan hoe deze activiteiten aansluiten op bestaande initiatieven en infrastructuur van organisaties (bijv. zorg, welzijn, onderwijs, sociaal domein, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven), en aan financiele betrokkenheid van (nieuwe) partners t.b.v. de financiële duurzaamheid van het initiatief.
- Regeling
- Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 08-04-2026
- BWB-id
- BWBR0048113
- Versie
- 2026-04-08_0