wetzoeker

6.2.2. Voorbeelden van grensoverschrijdende constructies onder wezenskenmerk B.2 Besluit meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Voorbeeld 6

Een Nederlandse vennootschap beschikt over vrij uitkeerbare winstreserves. Omdat over (eerdere) uitkeringen dividendbelasting was verschuldigd, besluit de Nederlandse vennootschap om aandelen van haar buitenlandse aanmerkelijkbelang-aandeelhouder in te kopen. Op grond van de Wet DB is de buitenlandse aandeelhouder dividendbelasting verschuldigd over de opbrengst (hetgeen dat wordt uitgekeerd boven het op de aandelen gestorte kapitaal). Voor de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en het woonland van de buitenlandse aandeelhouder wordt de opbrengst ter zake van de inkoop van aandelen aangemerkt als een vervreemdingsvoordeel (een bepaling die de opbrengst als dividend aanmerkt, ontbreekt) en wordt het heffingsrecht over het vervreemdingsvoordeel toegewezen aan het woonland. De inkoop van aandelen wordt aangemerkt als een omzetting in de zin van wezenskenmerk B.2.

Voorbeeld 7

Een natuurlijk persoon, woonachtig in Nederland, houdt een belang in een vennootschap. De intermediair meent dat een lagere belastingdruk kan worden gecreëerd wanneer de natuurlijk persoon dit belang, al dan niet via een lichaam dat vergelijkbaar is met een Nederlandse stichting of een trust-achtige, onderbrengt in een buitenlandse rechtspersoon. Hierdoor worden de oorspronkelijke dividenduitkeringen omgezet in bijvoorbeeld schenkingen, hetgeen wordt aangemerkt als een omzetting in de zin van wezenskenmerk B.2.

Hieronder valt mede de situatie waarbij door verschillende stappen wordt getracht de band tussen de Nederlandse vennootschap en de natuurlijk persoon te doorbreken, terwijl de natuurlijk personen materieel bezien zijn belang behoudt.

Voorbeeld 8

Een natuurlijk persoon, woonachtig in het buitenland maar met de Nederlandse nationaliteit, is in loondienst van een Nederlandse vennootschap. De intermediair adviseert de werknemer een buitenlandse vennootschap op te richten. Ook adviseert de intermediair de arbeidsrelatie met de Nederlandse vennootschap te beëindigen en in plaats daarvan de Nederlandse vennootschap en de nieuw opgerichte buitenlandse vennootschap een dienstverleningsovereenkomst aan te laten gaan. Met deze opzet meent de intermediair inkomsten uit Nederlands loondienstverband te kunnen omzetten in inkomsten van de buitenlandse vennootschap. Deze wijzigingen worden aangemerkt als een omzetting in de zin van wezenskenmerk B.2.

Voorbeeld 9

Een natuurlijk persoon, woonachtig in Nederland, bezit alle aandelen van een holdingvennootschap. De holdingvennootschap bezit een bedrijfspand en een dochtervennootschap. De dochtervennootschap drijft een onderneming en huurt daarvoor het bedrijfspand van de holdingvennootschap. De natuurlijk persoon emigreert en de holding schenkt de aandelen in de dochtervennootschap aan de zoon van de natuurlijk persoon. Op deze schenking is de bedrijfsopvolgingsregeling van artikel 35b e.v. SW van toepassing. De dochtervennootschap blijft het bedrijfspand van de holdingvennootschap van de natuurlijk persoon huren.

Vervolgens koopt de holdingvennootschap 5% van de aandelen van de verkochte dochtervennootschap terug. De koopsom geschiedt uit de aanwezige liquide middelen. De intermediair veronderstelt dat door deze terugkoop het bedrijfspand in de holding als ondernemingsvermogen kwalificeert (en dat dus beleggingsvermogen is omgezet in ondernemingsvermogen). Bij overlijden van de natuurlijk persoon is nu zowel op de waarde van het bedrijfspand als de waarde van de 5%-aandelen in de dochtervennootschap de bedrijfsopvolgingsregeling in artikel 35b e.v. SW (wederom) van toepassing, terwijl zonder de terugkoop van de aandelen de bedrijfsopvolgingsregeling slechts op de aandelen in de dochtervennootschap van toepassing zou zijn geweest.

Voorbeeld 10

De in een ander rechtsgebied gevestigde vennootschap A houdt alle aandelen in een Nederlandse vennootschap en ontvangt jaarlijks een dividend van de Nederlandse vennootschap. Om dividendbelasting te besparen, richt A een nieuwe dochtervennootschap op in een derde rechtsgebied en draagt de aandelen in de Nederlandse vennootschap over aan de nieuwe dochtervennootschap. Door het tussenschuiven van de nieuwe dochtervennootschap, ontvangt A in het vervolg dividend uit een ander rechtsgebied dat lager is belast. Dit is een omzetting als bedoeld in wezenskenmerk B.2.

Regeling
Besluit meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-04-2023
BWB-id
BWBR0048112
Versie
2023-04-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl