wetzoeker

7 — Beoordeling en verdeling beschikbare middelen Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Orange Corners)

Beoordeling en verdeling beschikbare middelen

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van het subsidieprogramma. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in het subsidieprogramma zijn neergelegd.

Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te voldoen aan de hiervoor, in het bijzonder in paragraaf 4 tot en met 6, opgenomen vereisten. Slechts de aanvragen die daaraan voldoen worden inhoudelijk beoordeeld op kwaliteit aan de hand van de hierna volgende criteria, waaraan eveneens (in voldoende mate; minimaal 65 punten van de maximaal 100 te behalen punten) moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Per doellocatie komt de aanvrager die het beste aan de criteria voldoet als eerste in aanmerking voor subsidie, daarna de aanvrager die als tweede in de beoordeling is geëindigd.

De volgende criteria zijn van toepassing, waarbij per set van criteria het maximale aantal te behalen punten is aangegeven:

1. Beleidsbijdrage (totaal 15 punten)

De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen van de minister op het gebied van private sector ontwikkeling, op basis van de bijbehorende indicatoren, het aantal: – ondernemers die getraind zijn of van wie de vaardigheden ontwikkeld zijn; – ondernemingen dat ondersteund is met hun businessplan – banen dat ondersteund is bij ondernemingen; – ondernemingen dat succesvol ondersteund is om zich wettelijk te registreren; – ondernemers dat succesvol ondersteund is bij het verkrijgen van financiering. | 10

De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de lokale beleidsprioriteiten van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden op het gebied van private sector ontwikkeling in/behorende bij de betreffende doellocatie (zie Annex 1) | 5

2. Plan van aanpak (totaal 35 punten)

De mate waarin er wordt aangetoond dat het plan van aanpak zal leiden tot de te behalen doelstellingen en resultaten. | 25

De mate waarin het plan van aanpak voorziet in het gebruiken van geleerde lessen tijdens het project voor het verbeteren van het plan van aanpak gedurende het project. | 5

De mate waarin het plan van aanpak creatief en vernieuwend is. | 5

3. Organisatie en netwerk (totaal 15 punten)

De mate waarin de aanvrager aantoont adequate capaciteit, systemen en ervaring te hebben met de volgende aspecten van projectmanagement: monitoren, evaluatie en leren (MEL), marketing en communicatie, personeelszaken, financiële projecties en boekhouden, rapporteren, logistiek en andersoortige administratie. | 5

De kwaliteit en ervaring van het voorgestelde team met betrekking tot het ontwikkelen en managen van trainingsprogramma’s op het gebied van ondernemerschap (incubatie/acceleratie) | 5

De mate waarin de aanvrager aantoont te beschikken over actieve relaties met de volgende actoren binnen het lokale ecosysteem: – Centrale en decentrale overheden; – Private organisaties; – Banken, investeringsfondsen- en netwerken, individuele investeerders en – andere relevante financiële partijen; – Universiteiten, hogescholen en andere relevante kennisinstellingen; – Relevante multilaterale organisaties en andere donoren; – Trainers, mentoren en technische experts. | 5

4. Financieel (totaal 15 punten)

De mate van redelijkheid van de hoogte van de begrote subsidiabele kosten. | 2,5

De mate waarin de impact van de activiteiten in kwalitatief en kwantitatief opzicht opwegen tegen de kosten die hiervoor worden gemaakt. | 2,5

De mate waarin de aanvrager reeds intentieverklaringen dan wel toezeggingen vanuit private organisaties heeft vastgelegd voor (gedeeltelijke) invulling van de eigen/lokale bijdrage en ondersteuning van de subsidiabele activiteiten. | 5

De mate waarin de aanvrager een gedegen plan heeft voor acquisitie van nieuwe lokale private organisaties gedurende de looptijd van de subsidie. | 5

5. Sociale impact (totaal 15 punten)

De mate waarin het plan van aanpak aandacht heeft voor vrouwelijke ondernemers en SDG 5: gendergelijkheid | 5

De mate waarin het plan van aanpak aandacht heeft voor onder meer de volgende thema’s: – vergroening/duurzaamheid (2,5 punt) – digitalisering (2,5 punt) – innovatie (2,5 punt) – diversiteit en inclusie (2,5 punt) | 10

6. Risicomanagement (5 punten)

De mate waarin in de aangeleverde risicoanalyse zowel de uitvoerings- als IMVO-risico’s in kaart zijn gebracht en doeltreffende maatregelen zijn opgenomen om de belangrijkste risico’s te mitigeren. | 5

Ter ondersteuning van de beoordeling kan RVO verificatieactiviteiten uitvoeren ter controle van de in de aanvraag gemaakte aannames en stellingnames. Tevens kan door verificatie informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag verzameld worden.

RVO kan tijdens de inhoudelijke beoordeling ook advies inwinnen bij externe experts. De Ambassades van het Koninkrijk der Nederlanden worden altijd gevraagd deel te nemen aan de beoordeling van de aanvragen, in het bijzonder de factoren betreffende de aansluiting van de aanvragen op hun beleid en de inbedding in de lokale context.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Orange Corners)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-04-2026
BWB-id
BWBR0048055
Versie
2026-04-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl