Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Wet van 25 januari 2023, houdende wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met de technische eenmaking van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-07-2025
- Rechtsgebied
- Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- BWB-id
- BWBR0048027
- Versie
- 2025-07-01_0
- SHA-256 bron
- 878540ce0eb012103acb8f2cee6294c916df7743bac18425080824267872909e
Inhoud (31)
- Artikel I
- Artikel II
- Artikel III
- Artikel IV
- Artikel V
- Artikel VI
- Artikel VII
- Artikel VIII
- Artikel IX
- Artikel X
- Artikel XI
- Artikel XII
- Artikel XIII
- Artikel XIV
- Artikel XV
- Artikel XVI
- Artikel XVII
- Artikel XVIII
- Artikel XIX
- Artikel XX
- Artikel XXI
- Artikel XXII
- Artikel XXIII
- Artikel XXIV
- Artikel XXV
- Artikel XXVI
- Artikel XXVII
- Artikel XXVIII
- Artikel XXIX
- Artikel XXX
- Artikel XXXI
Hoofdstuk 1 — Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel I
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdstuk 1 — Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel II
Artikel I heeft betrekking op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures, vorderingen, verzoeken en gerechten waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) niet in werking is getreden overeenkomstig artikel II van het Besluit van 25 januari 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 16) en de artikelen I en II van het Besluit van 4 februari 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 293) (Stb. 2021, 81).
Hoofdstuk 1 — Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel III
1 Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de Hoge Raad vervalt.
2 Het eerste lid heeft betrekking op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures en vorderingen voor de Hoge Raad waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) en de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289) in werking zijn getreden overeenkomstig artikel II van het Besluit van 25 januari 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 16) en de artikelen I en II van het Besluit van 4 februari 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 293) (Stb. 2021, 81).
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel IV
Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel V
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel VI
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel VII
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 4.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel VIII
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 5.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel IX
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel X
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 8.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XI
Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XII
Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverdrag.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XIII
Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XIV
Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XV
Wijzigt de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XVI
Wijzigt de Wet uitvoering rechtsvorderingsverdrag Groot-Brittannië.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XVII
Wijzigt de Wet vergoeding van door NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XVIII
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XIX
Wijzigt de Wet vereenvoudiging wijze uitbrengen exploiten aan Grootboek 1946.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XX
Wijzigt de Kadasterwet.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XXI
Wijzigt de Verenwet.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XXII
Wijzigt de Wegenwet.
Hoofdstuk 2 — Andere wetten
Artikel XXIII
Wijzigt de Erfgoedwet.
Hoofdstuk 3 — Samenloopbepalingen
Artikel XXIV
Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, enz. (tegengaan huwelijkse gevangenschap en enige andere onderwerpen).
Hoofdstuk 3 — Samenloopbepalingen
Artikel XXV
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdstuk 3 — Samenloopbepalingen
Artikel XXVI
Wijzigt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.
Hoofdstuk 3 — Samenloopbepalingen
Artikel XXVII
Wijzigt deze wet.
Hoofdstuk 3 — Samenloopbepalingen
Artikel XXVIII
Wijzigt de Uitvoeringswet VN-Verdrag staatsimmuniteit (Kst. 36028).
Hoofdstuk 3 — Samenloopbepalingen
Artikel XXIX
Wijzigt de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen
Artikel XXX
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen
Artikel XXXI
Deze wet wordt aangehaald als: Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.