wetzoeker

Artikel 29 Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023

Overige bepalingen

1 De verhuurder dan wel de beheerder doet onverwijld na de eerste opbouw of plaatsing van een attractietoestel bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit aangifte van het feit dat hij een attractietoestel voorhanden heeft, onder opgave van de volgende gegevens:

a. zijn naam, woon- of verblijfplaats en adres;

b. de soort, het type, het bouwjaar en de fabrikant van het attractietoestel; en

c. de plaats waar het attractietoestel zich bevindt of, in het geval van een niet permanent geïnstalleerd attractietoestel, de plaatsen waar het zich in de periode van drie maanden na de dag van aangifte zal bevinden.

2 De beheerder en huurder die een attractie- of speeltoestel tijdelijk in Nederland gebruikt, doet tenminste achtenveertig uur voorafgaand aan elke eerste opbouw of plaatsing van dat toestel op Nederlands grondgebied, bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit aangifte van zijn voornemen tot plaatsing of opbouw van dat toestel, onder opgave van de gegevens, vermeld in het eerste lid.

3 Indien degene genoemd in het eerste lid, het attractietoestel, bedoeld in het eerste of tweede lid, niet langer gebruikt, doet diegene hiervan onverwijld aangifte bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Regeling
Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0048026
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl