wetzoeker

3.1 — Inzet van het strafrecht Aanwijzing handhaving Abeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet

Inzet van het strafrecht

In de volgende gevallen is altijd stafrechtelijk onderzoek aangewezen:

• wanneer een kind verboden arbeid verricht in de zin van art. 3:2 Atw, waarbij het kind een arbeidsongeval overkomt met ernstig lichamelijk of geestelijk letsel of de dood ten gevolg (art. 11:3 Atw),

• bij het negeren van een bevel zoals bedoeld in de artt. 28, zesde lid, en 28a, zesde lid, Arbowet en de artt. 8:3 en 8:3a, zesde lid, Atw, en

• bij arbeidsongevallen met dodelijke afloop.

Bij een arbeidsongeval met dodelijke afloop geldt dat, nadat de inspecteur de zaak heeft voorgelegd, de officier van justitie opdracht geeft tot het uitvoeren van een strafrechtelijk onderzoek krachtens artt. 6 en 32 Arbowet en/of 307 Sr, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de werkgever niet wist of redelijkerwijs had moeten weten dat bij het niet-nakomen van zijn verplichtingen levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van het slachtoffer te ontstaan of te verwachten was of anderszins geen strafrechtelijk verwijt valt te maken.

• indien na een melding van een arbeidsongeval (hoog)risicovolle (arbeids)omstandigheden zijn gebleken waarbij de gezondheid van werknemers ernstig benadeeld kan worden en/of de dood ten gevolge kan hebben.

• als er sprake blijkt te zijn van ernstige gevaren voor de gezondheid van werknemers door blootstelling aan gevaarlijke stoffen waarbij de gezondheid, direct of op de lange termijn, ernstig benadeeld kan worden en/of de dood ten gevolge kan hebben.

• bij het niet naleven van een exploitatieverbod in de zin van art. 5, derde lid, Brzo. Ingevolge genoemd artikel is het verboden de inrichting of een gedeelte daarvan in werking te hebben wanneer niet alle maatregelen zijn getroffen of in het geval dat deze duidelijk onvoldoende zijn uitgevoerd. Alsdan zal de toezichthouder bestuursdwang toepassen. In een dergelijk geval zal na afstemming tevens een proces-verbaal worden opgemaakt.

• ingeval dat een zwaar ongeval in de zin van het Brzo zich heeft verwezenlijkt en daarbij de interne veiligheid in gevaar is gebracht al dan niet met als gevolg gewonde en/of dode werknemers.

De inzet van strafrechtelijke middelen zal in het kader van artt. 6 en 32 Arbowet tevens aan de orde kunnen zijn, indien de inspecteur aanwijzingen heeft dat sprake is van een opportunistische en calculerende overtreder die bewust en structureel de regels overtreedt en/of als sprake is van een crimineel opererende overtreder. Dit is bijvoorbeeld het geval indien uit feiten en omstandigheden blijkt, dat het (beoogde) verdienmodel of de bedrijfsvoering van de werkgever draait op bewuste niet-naleving van de wet- en regelgeving of werknemers bewust in risicovolle omstandigheden worden gebracht.

2 Tevens is van belang dat de inspecteur in overleg treedt met de officier van justitie, indien geconstateerd wordt dat sprake is van een uit het oogpunt van veiligheid voor mens en milieu ondermaatse bedrijfscultuur (samenloop van de Arbowet met bijvoorbeeld de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Brzo, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet milieubeheer).

Verdere indicaties kunnen zijn het intimideren van werknemers of toezichthouders, het toedekken van oorzaken van een ongeval door het doen van valse verklaringen of wegnemen van bewijsmateriaal.

Regeling
Aanwijzing handhaving Abeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-04-2023
BWB-id
BWBR0047984
Versie
2023-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl