wetzoeker

4.3 — Pleziervaartuigen en bruine vloot Besluit Jaarwinst

Pleziervaartuigen en bruine vloot

Bij de toepassing van artikel 3.30, eerste lid, Wet IB 2001 hanteert de Belastingdienst de richtlijnen die hierna zijn opgenomen met betrekking tot de afschrijving op verhuurde pleziervaartuigen alsmede op vaartuigen die behoren tot de zogenoemde traditionele vloot (bruine vloot). Deze richtlijnen zijn tot stand gekomen door ervaringscijfers die in het verleden zijn opgedaan. Ook is voor de totstandkoming overleg gepleegd met ondernemers en adviseurs uit genoemde branche.

Bij pleziervaartuigen dient onderscheid gemaakt te worden tussen motorboten, kajuitzeiljachten en overige boten. Bij schepen die tot de bruine vloot behoren, kan worden gedacht aan tjalken, klippers, botters en skûtsjes.

Type | Restwaarde | Afschrijving

Motorboten | 50% | 10% (van de aanschafwaarde minus restwaarde)

Kajuitzeiljachten | 40% | 10% (van de aanschafwaarde minus restwaarde)

Overige pleziervaartuigen | € 450 | 10% (van de aanschafwaarde minus restwaarde)

Bruine vloot | 50% | Maximaal 5% (van de aanschafwaarde minus restwaarde)

Afwijkingen zijn mogelijk maar moeten schriftelijk onderbouwd worden voorgelegd.

Regeling
Besluit Jaarwinst
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-02-2023
BWB-id
BWBR0047865
Versie
2023-02-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl